ECLI:NL:RBLIM:2025:6470
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opzegging arbeidsovereenkomst onder dwang niet rechtsgeldig verklaard
Een werknemer, werkzaam als assistent filiaalmanager, tekende onder emotionele en psychische druk een verklaring waarin zij haar arbeidsovereenkomst opzegt. De kantonrechter oordeelt dat de wil van de werknemer niet overeenkwam met de verklaring en dat de werkgever onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de daadwerkelijke wil van de werknemer.
De werknemer was ziek en onder behandeling van een psychotherapeut, en werd geconfronteerd met een dreigend ontslag op staande voet wegens vermeende fraude. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer zich in een kwetsbare psychische toestand bevond en dat de werkgever haar niet heeft gewezen op de nadelige gevolgen van de opzegging.
De opzegging wordt vernietigd op grond van wilsgebrek volgens artikel 3:34 BW Pro, waardoor de arbeidsovereenkomst voortduurt. Tevens wordt vastgesteld dat de werknemer arbeidsongeschikt is vanwege ziekte en recht heeft op loon met vakantietoeslag en emolumenten vanaf de datum van de opzegging. De werkgever wordt veroordeeld tot loondoorbetaling, toelating tot werk bij herstel en nakoming van re-integratieverplichtingen.
Uitkomst: De opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst blijft voortduren met loondoorbetalingsplicht voor de werkgever.