Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 07 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats 1] , eiser
[derde-partij], uit [woonplaats 2] , de moeder
Rechtbank Limburg
De moeder heeft op 30 maart 2023 een verzoek ingediend om de geslachtsnaam van haar zoon te wijzigen naar haar eigen naam. De staatssecretaris heeft dit verzoek op 11 augustus 2023 ingewilligd, ondanks dat de vader niet instemde. De vader maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft vastgesteld dat de vader minder dan een vierde deel van de vijfjarige verzorgingsperiode met zijn zoon in een gezinsverband heeft samengeleefd, zoals blijkt uit de gegevens van de Basisregistratie Persoonsgegevens. De enkele stelling van de vader dat hij anderhalf jaar samenwoonde met zijn zoon en de moeder is onvoldoende onderbouwd.
De belangenafweging door de staatssecretaris is zorgvuldig verricht, waarbij het belang van de zoon om zich te identificeren met het gezin waarin hij dagelijks leeft, doorslaggevend is. De naamswijziging raakt de familierechtelijke betrekkingen niet; de vader blijft juridisch ouder. Het beroep van de vader wordt ongegrond verklaard, waardoor hij geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de vader tegen de geslachtsnaamswijziging van zijn zoon wordt ongegrond verklaard.