Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de meervoudige kamer van in de zaken tussen
[eiser 1] , [eiser 2] en [eiser 3] , allen uit [woonplaats] , eisers
het dagelijks bestuur van het waterschap Limburg
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van de bestreden besluiten
Overgangsrecht Omgevingswet
Wettelijke basis
Beoordeling door de rechtbank
- de dijkverhoging is de schadeoorzaak en er bestaat een causaal verband tussen de dijkverhoging en de door eisers gestelde schade, bestaande uit vermindering van uitzicht op de Maas en het achterliggende landschap vanuit de woningen;
- de peildatum voor nadeelcompensatie ligt op 10 november 2017, te weten de datum waarop het Projectplan in werking is getreden;
- de juistheid van de taxatierapporten van 10 oktober 2022 staat niet ter discussie, met uitzondering van de daarin opgenomen voordeelverrekening;
- er is geen sprake van actieve risicoaanvaarding aan de zijde van eisers.
- [eiser 2] : € 15.000,- en dit betreft 3,5%;
- [eiser 1] : € 20.000 en dit betreft 4,4%;
- [eiser 3] € 7.500,- en dit betreft 4,3%.
- Als de ontwikkeling naar haar aard en omvang binnen de ruimtelijke structuur van de omgeving en het gedurende een reeks van jaren gevoerde ruimtelijke beleid past, mag het bestuursorgaan een drempel van 5% van de waarde van de onroerende zaak toepassen.
- Als aan één van beide indicatoren maar voor een deel wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 4% in beginsel aangewezen.
- Als aan één van beide indicatoren in zijn geheel niet wordt voldaan of als aan beide indicatoren deels wordt voldaan, is het hanteren van een drempel van 3% in beginsel aangewezen.
- Als slechts aan één van beide indicatoren voor een deel wordt voldaan, of als aan beide indicatoren in het geheel niet wordt voldaan, is in beginsel het toepassen van het minimumforfait van 2% aangewezen.