ECLI:NL:RVS:2024:737
Raad van State
- Hoger beroep
- E.J. Daalder
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.F. de Groot
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herziening schadevergoeding wegens planschade in Heerjansdam
De zaak betreft de afwijzing door het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht van aanvragen om tegemoetkoming in planschade door eigenaren van woningen aan de Sportlaan te Heerjansdam. De aanvragen zijn gebaseerd op wijzigingen in bestemmingsplannen die de planologische situatie van het gebied beïnvloedden.
De rechtbank Rotterdam had de beroepen van appellanten gegrond verklaard en het college en de Staat veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoedingen wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in hoger beroep deze uitspraak deels vernietigd, met name de hoogte van de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
De Afdeling oordeelt dat de overschrijding van de redelijke termijn aanzienlijk was en dat de rechtbank ten onrechte de verlenging van de termijn wegens nadere advisering en corona-maatregelen heeft geaccepteerd. De Afdeling stelt een hogere schadevergoeding vast en veroordeelt het college en de Staat tot betaling van respectievelijk € 1.272,73 en € 727,27 per aanvraag. Tevens worden proceskosten en griffierechten aan appellanten toegekend.
De Afdeling bevestigt voorts het oordeel van de rechtbank dat appellanten geen planschade boven het wettelijke forfait hebben geleden en dat de planologische vergelijkingen en adviezen zorgvuldig zijn toegepast. De uitspraak bevat een uitgebreide toetsing van de planologische situatie, de adviezen van deskundigen en de toepassing van overgangsrecht onder de Omgevingswet.
Uitkomst: De Afdeling vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank en stelt hogere schadevergoedingen wegens overschrijding van de redelijke termijn vast aan appellanten.