Eiser, eigenaar van een rabarberteeltbedrijf, verzocht het Waterschap Limburg om nadeelcompensatie wegens schade aan gewassen door wortelrot veroorzaakt door een hoge grondwaterstand in 2016, gerelateerd aan een nabijgelegen retentiebekken. Het waterschap wees het verzoek af, stellende onder meer dat het verzoek was verjaard, sprake was van actieve risicoaanvaarding en dat er geen causaal verband bestond.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek gebaseerd was op rechtmatig handelen van het waterschap, namelijk de aanleg (2001) en het beheer (2016) van het retentiebekken. Voor de aanleg was de Waterwet niet van toepassing, maar de verordening nadeelcompensatie van het waterschap wel. De rechtbank stelde vast dat de verjaringstermijnen niet waren verstreken en dat actieve risicoaanvaarding niet was aangetoond, mede omdat het perceel al jaren zonder schade werd gebruikt.
Op basis van een deskundigenrapport werd het causaal verband tussen de schade en het retentiebekken aannemelijk geacht. De rechtbank vond echter dat de omvang en onderbouwing van de schade onvoldoende waren beoordeeld door het waterschap. Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en beval een hernieuwde, zorgvuldige beoordeling binnen twaalf weken, waarbij ook het griffierecht en proceskosten aan eiser werden vergoed.