ECLI:NL:RBLIM:2026:2490

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
ROE 26/431
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b OpiumwetArtikel 3, tweede lid, van het DamoclesbeleidArtikel 3, derde lid, van het DamoclesbeleidArtikel 3, vierde lid, van het DamoclesbeleidArtikel 3, zesde lid, van het Damoclesbeleid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting woning en loods wegens hennepplantage

De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Beekdaelen om een woning en een loods te sluiten vanwege de aanwezigheid van een hennepplantage. De burgemeester sloot de woning voor drie maanden en de loods voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoekers betwistten met name de bevoegdheid tot sluiting van de woning en stelden dat alleen de loods gesloten had mogen worden.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is om ook de woning te sluiten omdat de woning en de loods bouwkundig met elkaar verbonden zijn en als één geheel moeten worden beschouwd. De hennepplantage met 671 planten in de loods overtreft ruimschoots de hoeveelheid voor eigen gebruik, wat duidt op handel. Daarnaast is sprake van een illegale elektriciteits- en wateraansluiting met risico’s voor brand en elektrocutie.

De voorzieningenrechter beoordeelt de sluiting als geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Hoewel verzoekers stelden dat er geen concrete aanwijzingen waren voor overlast, recidive of een kwetsbare omgeving, wegen de ernst van de situatie en het belang van handhaving zwaarder. De nadelige gevolgen voor verzoekers, zoals financiële lasten en het moeten verlaten van de woning, zijn niet voldoende om de sluiting onevenwichtig te maken.

Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen, waardoor het besluit van de burgemeester in stand blijft. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.M.E. Derks op 16 maart 2026.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de burgemeester mag de woning en loods sluiten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 26/431

uitspraak van de voorzieningenrechter van 16 maart 2026 in de zaak tussen

[naam] , verzoeker

[naam], verzoekster, uit Wijnandsrade,
beiden te noemen verzoekers
(gemachtigde: mr. J.H.L. Antonides),
en

de burgemeester van de gemeente Beekdaelen

(gemachtigde: mr. J.J. Pieters-Janssen).

Samenvatting

1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de sluiting van de woning van verzoekers voor de duur van drie maanden op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Verzoekers zijn het hier niet mee eens. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoekers.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester bevoegd is om met de loods ook de woning te sluiten en dat de sluiting van de woning evenredig is. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 5 februari 2026 heeft de burgemeester de woning van verzoekers vanaf 20 februari 2026 voor drie maanden en de loods voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet.
2.1.
Verzoekers hebben tegen de sluiting van de woning bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2.
De burgemeester heeft per e-mailbericht van 17 februari 2026 de rechtbank laten weten dat de sluiting wordt opgeschort totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan.
2.3.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 9 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoekers en de gemachtigden van de burgemeester.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Waar gaat deze zaak over?
3. Verzoekers zijn eigenaars van een perceel gelegen aan de [adres] in Wijnandsrade. Op het perceel bevindt zich een woning, waar verzoekers wonen, en een loods.
3.1.
Uit de bestuurlijke rapportage van de politie van 20 november 2025 blijkt het volgende. De politie heeft op 19 november 2025 in de loods gelegen bij de woning van verzoekers een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met in totaal 671 hennepplanten, verdeeld over twee kweekruimten. Aanleiding voor het binnentreden was een zogenoemde dali meting van Enexis BV (Enexis). Op basis van deze meting en de daaropvolgende berekening heeft Enexis vastgesteld dat met een zekerheid van 99% hennepkwekerijen aanwezig waren op het perceel [adres] te Wijnandsrade. Daarbij werd geconcludeerd dat deze hennepkwekerijen een aanzienlijke oppervlakte besloegen. Van de op de hoofdkabel aangesloten panden kwam uitsluitend het adres [adres] te Wijnandsrade in aanmerking, omdat uit luchtfoto's bleek dat aan de woning een grote loods was geschakeld. In de loods zijn twee kweekruimten met 269 respectievelijk 402 hennepplanten aangetroffen die ongeveer acht weken oud waren. Er bevonden zich in de kweekruimten assimilatielampen, klimaatinstallaties, ventilatoren, een automatische plantenbevloeiingsinstallatie en een installatie voor CO2-toevoeging. Verder is een opkweekruimte voor hennepstekken aangetroffen. Deze opkweekruimte was toegankelijk vanuit de garage via een verborgen toegang, een voorraadkast. Vanuit de opkweekruimte was tevens een toegangsdeur naar kweekruimte 2 aanwezig.
De elektriciteitskabel van de kweekinrichting voor de versnelde kweek van hennep was aangesloten op de hoofdkabel van Enexis. Dit was gerealiseerd onder de bodem van de meterkast in de woning. Daardoor werd de hoeveelheid afgenomen elektriciteit, die via deze kabel getransporteerd werd, niet geregistreerd op de elektriciteitsmeter. Voor de watermeter was een aftakking gemaakt voor de kweekinrichting voor versnelde kweek van hennep. De hoeveelheid afgenomen water werd niet geregistreerd op een watermeter. Volgens Enexis was sprake van gevaarzetting als gevolg van de manipulatie van de elektrische installatie.
Volgens de politie zijn omstandigheden aangetroffen die wijzen op een of meerdere opbrengsten uit eerdere oogsten. Dit zal nader worden onderzocht. De eerdere oogsten duiden op wederrechtelijk verkregen voordeel en daarvan zal een berekening worden gemaakt.
3.2.
De burgemeester heeft op 15 januari 2026 het voornemen tot sluiting van het gehele perceel voor de duur van zes maanden toegezonden en verzoekers in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen. Verzoekers hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt. De burgemeester heeft in zoverre aanleiding gezien om van het voornemen af te wijken dat de woning voor de duur van drie maanden en de loods voor zes maanden wordt gesloten.
Is er sprake van een spoedeisend belang?
4. De door verzoekers gevraagde voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen indien er een spoedeisend belang is, waardoor verzoekers niet kunnen wachten op een beslissing op bezwaar. De voorzieningenrechter dient dus eerst te beoordelen sprake of is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.
4.1.
De voorzieningenrechter vindt het belang van verzoekers bij het treffen van een voorlopige voorziening in dit geval voldoende spoedeisend, omdat zij niet in hun woning kunnen wonen als die wordt gesloten.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting van de woning over te gaan?
5. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna kortweg: drugs, harddrugs of softdrugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Doorgaans houdt de last in dat de woning, het lokaal of het daarbij behorend erf voor een bepaalde periode wordt gesloten.
5.1.
De burgemeester kan artikel 13b van de Opiumwet toepassen als er in of vanuit een woning in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 g harddrugs, 5,0 g softdrugs of vijf (hennep)planten (het door het openbaar ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking.
5.2.
Ter uitvoering van deze bevoegdheid heeft de burgemeester de “Beleidsregel van de burgemeester van de gemeente Beekdaelen houdende regels omtrent drugs (Beleidsregels wet Damocles en wet Victoria 2020 Gemeente Beekdaelen)”, hierna het Damoclesbeleid vastgesteld. In dit beleid staat dat bij toepassing van bestuursdwang op grond van artikel 13b van de Opiumwet wordt gekozen voor sluiting van het lokaal en/of de woning en/of bijbehorend erf. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de wet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. [1]
De maatregel van bestuursdwang heeft met name als doel (onder meer) de bekendheid van het pand als drugsadres teniet te doen en/of; het terugkeren van de rust in de directe omgeving, en/of; het voorkomen van herhaling van verstoring van de openbare orde, en/of; het voorkomen van verdere aantasting van het woon- en leefklimaat, en/of; het verstoren van het criminele ondernemingsproces in de keten van productie of distributie van drugs, en/of; het voorkomen en beheersen van de uit het drugsgebruik voortvloeiende risico’s voor de volksgezondheid, en/of; de nadelige effecten van de productie en distributie van, handel in en het gebruik van drugs op het openbare leven en andere lokale omstandigheden tegen te gaan. [2] De burgemeester maakt gebruik van de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang in de vorm van een sluiting van de woning en/of lokaal en/of bijbehorend erf indien sprake is van een ernstige situatie. [3] Een ernstig geval wordt op grond van het Damoclesbeleid aangenomen in geval van een eerste constatering van handel in softdrugs, waarbij sprake is van een handelshoeveelheid, dan wel het telen, bereiden of vervaardigen van softdrugs. [4] Bij de toepassing van bestuursdwang tegen de handel in softdrugs kunnen een aantal indicatoren, zijnde niet limitatief en/of cumulatief van aard ook een rol spelen. [5] Het Damoclesbeleid bepaalt verder dat de woningsluiting bij een eerste overtreding met betrekking tot softdrugs drie maanden bedraagt. [6]
5.3.
Verzoekers betwisten niet de bevoegdheid van de burgemeester om de loods te sluiten, maar betwisten de bevoegdheid om de woning te sluiten. Volgens verzoekers bestaat er geen zodanige relatie tussen de woning en de loods dat deze als één geheel moeten worden beschouwd. Verzoekers hebben gewezen op jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) waar uit volgt dat de enkele omstandigheid dat de woning en de loods zijn gelegen op hetzelfde omheinde perceel daartoe op zichzelf onvoldoende is. [7] De hennepkwekerij bevond zich in de loods, verborgen achter afgesloten deuren. In de woning zijn geen goederen aangetroffen die verband houden met deze hennepkwekerij. De burgemeester had kunnen volstaan met sluiting van de loods. Door uitsluitend de toegang tot de loods af te sluiten en te verzegelen, kan hetzelfde beoogde effect worden bereikt.
5.4.
In de rechtspraak van de Afdeling is als criterium ontwikkeld dat van belang is of er een zodanige relatie bestaat tussen de onderscheiden (delen van) bouwwerken dat die als één geheel moeten worden beschouwd. Dit moet worden beoordeeld aan de hand van de omstandigheden van het geval. Als een dergelijke samenhang bestaat, dan strekt de bevoegdheid tot sluiting zich uit tot dat geheel, ongeacht of in de onderscheiden onderdelen al dan niet handelsvoorraden drugs zijn aangetroffen. [8]
5.5.
Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat de loods geschakeld is aan het woonhuis en dat de loods inpandig met het woonhuis is verbonden en dus bereikbaar is via de woning. Er is dus sprake van een bouwkundig geheel. In de loods zijn twee kweekruimten en een opkweekruimte voor hennepstekken aangetroffen. Deze opkweekruimte was toegankelijk vanuit de garage via een verborgen toegang, een voorraadkast. Vanuit de opkweekruimte was tevens een toegangsdeur naar kweekruimte 2 aanwezig. Bovendien blijkt uit de bestuurlijke rapportage dat de elektriciteitskabel van de opkweekruimte was aangesloten op de hoofdkabel van Enexis onder de bodem van de meterkast in de woning en dat voor de watermeter in de woning een aftakking was aangebracht, waardoor waterafname ongeregistreerd bleef. De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat uit de feiten en omstandigheden is gebleken dat tussen de woning en loods een zodanige relatie bestaat dat deze als één geheel zijn te beschouwen. De situatie in de uitspraak van de Afdeling uit 2025 waar verzoekers naar hebben verwezen (zie onder 5.3.) is niet te vergelijken met de situatie van verzoekers. In de betreffende uitspraak ging het om een woning en schuur die op hetzelfde perceel lagen maar niet bouwkundig met elkaar verbonden waren en er was geen sprake van omstandigheden die duiden op een functionele samenhang. Zoals al is overwogen zijn de woning en loods van verzoekers wel als één geheel aan te merken. De verwijzing van verzoekers naar die uitspraak kan hen dus niet baten. De stelling van verzoekers dat geen relatie bestaat tussen de woning en de loods volgt de voorzieningenrechter dus niet. In de loods, die als één geheel met de woning is te beschouwen, is een hennepplantage met 671 hennepplanten aangetroffen. Deze hoeveelheid planten overtreft ruimschoots de hoeveelheid die wordt beschouwd voor eigen gebruik, zodat de burgemeester er vanuit mocht gaan dat de aangetroffen hennepplanten bestemd zijn voor handel. De burgemeester was daarom bevoegd om zowel de loods als de woning te sluiten.
5.6.
De burgemeester heeft naast de last onder bestuursdwang in de vorm van een sluiting vanwege de aanwezigheid van softdrugs als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet overtreding ook een last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting vanwege voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, onder b, van de Opiumwet opgelegd. Bij voorbereidingshandelingen geldt op grond van het Damoclesbeleid een sluiting van de woning voor drie maanden en sluiting van de loods voor zes maanden. De burgemeester heeft de effectuering van de last voor beide overtredingen gelijktijdig laten ingaan. Dat betekent dat de woning niet voor zes maanden wordt gesloten, maar voor drie maanden, en dat de loods niet voor twaalf maanden wordt gesloten, maar voor zes maanden. Verzoekers hebben de voorbereidingshandelingen en de gelijktijdige effectuering van de last niet betwist.
De evenredigheidsbeoordeling
6. Als de burgemeester gebruik wil maken van zijn bevoegdheid om een woning op grond van artikel 13b, van de Opiumwet te sluiten, geldt daarvoor het beoordelings- en toetsingskader van de Afdeling. Dat kader is beschreven in de uitspraken van 28 augustus 2019 [9] , 6 juli 2022 [10] en 16 juli 2025. [11] Hierbij moet beoordeeld worden of de sluiting van de woning in het concrete geval geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
Geschiktheid
7. Tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, kan ertoe leiden dat sluiting van een woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet
redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend.
7.1.
Verzoekers stellen dat het tijdsverloop tussen het aantreffen van de hennepkwekerij en het voorgenomen moment van sluiting, drie maanden, moet worden meegewogen bij de beoordeling van evenredigheid in het bredere geheel. De burgemeester heeft niet onmiddellijk gesloten, dus heeft de burgemeester geen dringende noodzaak gezien om direct tot sluiting over te gaan.
7.2.
Het tijdsverloop tussen het aantreffen van de hennepkwekerij (19 november 2025) en het besluit (5 februari 2026, sluiting per 20 februari 2026) is drie maanden. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit tijdsverloop niet zodanig is dat sluiting redelijkerwijs geen geschikt middel zou zijn om de doelen te kunnen bereiken die met een dergelijke sluiting worden gediend.
Noodzaak
8. Bij beoordeling of sluiting van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester, gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen, met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing.
8.1.
Toepassing van artikel 13b van de Opiumwet is een herstelsanctie en strekt tot beëindiging van de overtreding van de Opiumwet, het beëindigen van de negatieve effecten van de overtreding en het voorkomen van herhaling van de overtreding. Herstel van de openbare orde is dus niet op zichzelf het doel van deze toepassing. Dit neemt niet weg dat een overtreding van de Opiumwet, ook wanneer deze plaatsvindt in of vanuit een woning, gevolgen heeft voor het woon- en leefklimaat in de omgeving en in meer of mindere mate gepaard gaat met verstoring van de openbare orde. Het ligt voor de hand dat de burgemeester die effecten op de omgeving betrekt in zijn beoordeling of het noodzakelijk is om over te gaan tot sluiting van een woning. Deze beoordeling moet plaatsvinden aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.
8.2.
Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, zijn verschillende omstandigheden van belang, waaronder de aard en hoeveelheid aangetroffen drugs en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit, of de drugs feitelijk in of vanuit de woning zijn verhandeld en of de woning feitelijke bekendheid heeft als drugspand, of in de nabije omgeving van de woning in het recente verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen en of aannemelijk is dat de woning een rol vervult in de keten van drugshandel. [12]
8.3.
Verzoekers betwisten de noodzaak tot sluiting van de woning. Volgens verzoekers had de burgemeester kunnen volstaan met sluiting van uitsluitend de loods en had hij ten aanzien van de woning kunnen kiezen voor het opleggen van een last onder dwangsom dan wel het geven van een waarschuwing. De burgemeester baseert de sluiting hoofdzakelijk op hypothetische risico's, zoals mogelijke overlast, criminaliteit en aantasting van de openbare orde maar dit kan de sluiting van zowel de loods als de woning niet dragen. Niet is gebleken dat het perceel bekendstaat binnen het drugscircuit, noch dat het is gelegen in een voor drugscriminaliteit kwetsbare omgeving. Niet blijkt dat zich in de directe omgeving vergelijkbare incidenten hebben voorgedaan of dat anderszins aannemelijk is gemaakt dat daadwerkelijk sprake is van een dergelijke kwetsbare omgeving. Dat geldt ook voor de gestelde aanzuigende werking vanuit het buienland. Evenmin is gebleken van zogenoemde 'loop' naar het perceel, van overlast of van recidive. Er zijn geen concrete waarnemingen, meldingen of verklaringen die deze aannames kunnen onderbouwen. De door de burgemeester genoemde risico's op ruzies, overvallen en liquidaties zijn eveneens louter hypothetisch van aard en doen zich met name voor in de situatie waarin sprake is van georganiseerde (hard)drugshandel. Van dergelijke omstandigheden is in het onderhavige geval geen sprake. Tevens is het tijdsverloop van belang; in de tussenliggende periode zijn geen nieuwe overtredingen geconstateerd dus is sluiting van de woning niet (meer) noodzakelijk ter voorkoming van herhaling of ter bescherming van de openbare orde. De loods waar de hennepkwekerij is aangetroffen ligt op een afgelegen terrein waardoor de zichtbaarheid en daarmee de waarneembaarheid vanuit de woonomgeving nagenoeg nihil is en van een aantasting van het woon- en leefklimaat in de omgeving in zoverre geen sprake is. De in het besluit omschreven doelen, te weten bescherming van het woon- en leefklimaat en herstel van de openbare orde, behoeven geen (extra) bescherming, temeer nu niet is gebleken dat er sprake is van enige schending daarvan. Evenmin is vastgesteld dat daadwerkelijk sprake is geweest van ordeverstoring. Het perceel staat niet bekend als drugsadres/drugspand, derhalve is er geen noodzaak om de bekendheid van het perceel teniet te doen. Net zomin is er een noodzaak om een signaal af te geven aan buurtbewoners. Herhaling van de situatie kan ook op andere wijze worden voorkomen. Verzoekers hebben gewezen op een uitspraak van deze rechtbank van 13 mei 2024. [13] Sluiting van uitsluitend de loods is mogelijk. Er zijn -voor zover bekend- geen overlastmeldingen, er is geen handelshoeveelheid en er zijn geen attributen in de woning aangetroffen. Verzoekers hebben verder gewezen op een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. [14]
8.4.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de burgemeester zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sluiting van de woning noodzakelijk is. De voorzieningenrechter acht daarbij de volgende omstandigheden van belang. Er is in de loods, die verbonden is met de woning, een aanzienlijke handelshoeveelheid softdrugs, namelijk 671 hennepplanten aangetroffen zodat wordt aangenomen dat de woning van verzoekers een rol vervult binnen de keten van drugshandel, ook al is niet gebleken van een loop naar de woning, feitelijke handel vanuit de woning of overlastmeldingen. Woningsluiting is in beginsel dan noodzakelijk en ook een geschikt middel om de woning aan het drugscircuit te onttrekken. De burgemeester heeft de aangetroffen hennepplantage met 671 hennepplanten op grond van het Damoclesbeleid als een ernstige situatie mogen beschouwen. De politie heeft omstandigheden aangetroffen die duiden op eerdere oogsten. Het is dus aannemelijk dat de woning al langer een schakel heeft vervuld in het drugscircuit. Dat de woning al langer een schakel vormde in het drugscircuit blijkt ook uit de opkweekruimte voor versnelde kweek en de ter zitting genoemde facturen van Enexis en WML [15] van respectievelijk € 75.000,- en € 40.000,- die duiden op een al langere illegale stroom- en waterafname en dus op eerdere oogsten
.Verder van belang is dat sprake was van diefstal van stroom met een reëel risico op brandgevaar door overbelasting van het energienetwerk. Ook was sprake van een illegale elektriciteitsaansluiting met een gevaar voor elektrocutie. Verder heeft de burgemeester ook belang mogen toekennen aan het feit dat de woning in een woonwijk is gelegen. Er bestond dan ook een risico voor de leefomgeving en daarmee een gevaar voor de gezondheid van de bewoners van het pand en ook voor de omwonenden. Hoewel het gevaar voor de bewoners en de leefomgeving door het ontruimen van de loods op 19 november 2025 is geweken hecht de voorzieningenrechter er belang aan dat met de sluiting van de woning herhaling van de overtreding wordt voorkomen en een signaal wordt afgegeven aan verzoekers, het drugscircuit en de omwonenden dat de burgemeester optreedt tegen drugshandel. Verder wordt door sluiting van de woning de openbare orde hersteld. Verzoekers hebben aangevoerd dat de loods is gelegen op een afgelegen perceel waardoor de zichtbaarheid voor de woonomgeving nagenoeg nihil is maar uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat het perceel waarop de woning en de loods zich bevinden in een woonwijk ligt zodat geen sprake is van een afgelegen perceel.
8.5.
De burgemeester heeft in het besluit over de noodzaak overwogen dat de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare omgeving is gelegen. De voorzieningenrechter stelt vast dat de burgemeester dit niet heeft onderbouwd met concrete gegevens. De burgemeester zal dit in het nog te nemen besluit op de bezwaren van verzoekers nader dienen te motiveren.
8.6.
De voorzieningenrechter concludeert dat er omstandigheden zijn die de noodzaak om de woning te sluiten afzwakken (niet gebleken van overlast, loop, feitelijke handel, geen recidive, (nog) niet onderbouwd dat de woning in een voor drugscriminaliteit kwetsbare omgeving ligt). Daar staan echter ook omstandigheden tegenover (8.4.) die de voorzieningenrechter van voldoende gewicht acht om de noodzaak om woning te sluiten rechtvaardigen. De burgemeester hoefde niet te worden volstaan een minder ingrijpend middel in te zetten.
Evenwichtigheid
9. Als de sluiting van een woning in beginsel geschikt en noodzakelijk wordt geacht, neemt dat niet weg dat die sluiting ook evenwichtig moet zijn. [16] Bij de beoordeling van de evenwichtigheid van (de duur van) de sluiting zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met de woning, de aanwezigheid van minderjarige kinderen en de impact van de sluiting op hun welzijn en de mogelijkheid om weer van de woning gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting voor de bewoner moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Inherent aan de sluiting van de woning is verder dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid. Het is in de eerste plaats aan de bewoner om vervangende woonruimte te vinden. Wel dient de burgemeester te informeren naar de mogelijkheden van vervangende huisvesting. [17]
-verwijtbaarheid
9.1.
Verzoeker heeft ter zitting naar voren gebracht dat verzoekster niets te verwijten valt omdat zij niet wist van de hennepplantage. Het aantreffen van de hennepplantage was een grote schok voor haar.
9.2.
Verzoekster is bewoonster van de woning. De loods is bereikbaar vanuit de woning. De hennepplantage bevond zich in de loods. Er zijn omstandigheden aangetroffen die eerdere oogsten vermoeden. Het is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onaannemelijk dat verzoekster niet op de hoogte is geweest van de hennepplantage zodat niet kan worden uitgegaan van het ontbreken van verwijtbaarheid bij verzoekster. Wat daar ook van zij, niet betwist is dat verzoeker wel verwijtbaar is geweest. De verwijtbaarheid van verzoekers leidt daarom niet tot de conclusie dat de sluiting onevenwichtig is.
- Gevolgen sluiting, verlaten van de woning, financiële schade
9.3.
Verzoekers voeren aan dat de sluiting van de woning tot dakloosheid leidt en dat het niet mogelijk is om tijdelijk vervangende woonruimte te vinden vanwege de beperkte financiële middelen. Verzoekers hebben verklaringen van hun beide uitwonende dochters overgelegd. De dochters hebben verklaard en toegelicht waarom het niet mogelijk is hun ouders onderdak te bieden. De aanname dat door verzoekers financieel voordeel is behaald uit de illegale verkoop van drugs is wederom louter hypothetisch. Eveneens zorgt de sluiting voor financiële schade van vervangende woonruimte of andere schade.
Nu het om een koopwoning gaat blijven verzoekers gehouden aan de hypotheeklasten, terwijl zij mogelijk ook kosten moeten maken voor tijdelijke huisvesting. Dit leidt tot een zware dubbele financiële last en zal ernstige financiële gevolgen hebben. Verzoekers hebben gewezen op twee betaalspecificaties (januari en februari 2026) en een jaaropgaaf 2025 van het Uwv waaruit blijkt dat verzoeker een WIA-uitkering ontvangt. Verzoeker heeft op de zitting naar voren gebracht dat hij een factuur van Enexis van € 75.000,- en een factuur van de WML van € 40.000,- heeft ontvangen, dat de elektriciteit en het water al maanden zijn afgesloten en dat er een noodvoorziening voor water is.
9.4.
Inherent aan een sluiting van een woning is dat de bewoner de woning moet verlaten. Dit is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid, tenzij de betrokkene een bijzondere binding heeft met de woning, bijvoorbeeld om medische redenen. Dit is gesteld noch aangetoond. In beginsel zijn verzoekers zelf verantwoordelijk voor het vinden van vervangende woonruimte. Dat verzoekers niet tijdelijk bij hun dochters terecht kunnen hebben zij onderbouwd met verklaringen, maar verzoekers hebben niet onderbouwd dat zij in het geheel geen huisvesting elders kunnen vinden. De burgemeester heeft in het besluit gewezen op het feit dat in de omgeving van de gemeente Beekdaelen voldoende geschikte huurwoningen beschikbaar zijn, onderbouwd met informatie van onder meer Trovit. Verzoekers hebben dat verder niet betwist. Dat verzoekers niet de financiële mogelijkheden hebben om tijdelijk elders thuisvesting voor drie maanden te vinden is evenmin onderbouwd. Verzoeker heeft gegevens verstrekt over de hoogte van zijn WIA-uitkering, maar de inkomsten van verzoekster zijn niet bekend. Gegevens over de totale inkomsten, eventuele spaargelden en vaste lasten ontbreken. De burgemeester heeft in het besluit verzoekers gewezen op maatschappelijk werk in de gemeente Beekdaelen in het geval zij ondersteuning nodig hebben bij het omgaan met de financiële gevolgen van de sluiting. Verder is van belang dat verzoekers na drie maanden weer terug naar hun woning kunnen.
9.5.
De voorzieningenrechter is van oordeel dat de nadelige gevolgen van de sluiting niet opwegen tegen de omstandigheden die het nodig maken om de woning te sluiten. Van een onevenwichtigheid is geen sprake. De burgemeester heeft een groter belang mogen hechten aan het algemeen belang van handhaving en de noodzaak om het perceel te onttrekken aan het drugscircuit, dan aan het belang van verzoekers bij het volstaan met een waarschuwing of het opleggen van een dwangsom. Het sluiten van een woning is een herstelmaatregel met het doel het beëindigen van de geconstateerde overtreding van de Opiumwet, het tenietdoen van de gevolgen daarvan en/of het voorkomen van verdere overtredingen van de Opiumwet in of vanuit de woning. Dit doel kan niet worden bereikt door het geven van een waarschuwing of het opleggen van een last onder dwangsom.

Conclusie en gevolgen

10. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het besluit niet wordt geschorst en dat de burgemeester mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Derks, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.G. Cremers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 16 maart 2026.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 3, tweede lid, van het Damoclesbeleid.
2.Artikel 3, derde lid, van het Damoclesbeleid.
3.Artikel 3, vierde lid, van het Damoclesbeleid.
4.Voor de opsomming van de indicatoren zie artikel 3, zesde lid, van het Damoclesbeleid.
5.Artikel 3, zevende lid, van het Damoclesbeleid.
6.Artikel 5, eerste lid, van het Damoclesbeleid.
7.Uitspraak van de Afdeling van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:211.
8.Bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 25 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3947.
12.Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, onder 10 en 10.2.
13.ECLI:NL:RBLlM:2024:2381
14.Uitspraak van 14 januari 2020, ECLI:NL:RBZWB:2020:77.
15.Waterleiding Maatschappij Limburg
16.Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, onder 11 e.v.
17.Zie de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3262, onder 6.2.