ECLI:NL:RBLIM:2026:274

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
13 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
ROE 24/5142
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.3.5 Wmo 2015Art. 2.3.10 Wmo 2015Art. 3:2 AwbArt. 3:9 AwbArt. 7:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bestuursrechtelijke vernietiging intrekking beschermd wonen en afwijzing verhuisindicatie en driewielfiets

Eiser, een arbeidsongeschikte man met psychosociale aandoeningen, maakte bezwaar tegen het intrekken van zijn maatwerkvoorziening beschermd wonen, de afwijzing van zijn aanvraag voor een verhuisindicatie en een elektrische driewielfiets. Het college had de maatwerkvoorziening beschermd wonen ingetrokken vanwege veiligheidsproblemen, maar had vervolgens Housing First toegekend als alternatief. De verhuisindicatie en de aanvraag voor de driewielfiets werden afgewezen op basis van medische adviezen van Salude.

De rechtbank oordeelde dat het college onvoldoende zorgvuldig onderzoek had verricht, met name dat het stappenplan van de Centrale Raad van Beroep niet was gevolgd en dat de medische adviezen onzorgvuldig tot stand waren gekomen. De motivering van de besluiten was ondeugdelijk, onder meer omdat niet duidelijk was waarom Housing First als meest geschikte voorziening werd gezien terwijl er nog geen woning was gevonden. Ook was het college tekortgeschoten in haar vergewisplicht ten aanzien van de medische adviezen.

De rechtbank vernietigde de bestreden besluiten, behalve het deel over de betaling van overnachtingskosten, en droeg het college op binnen zes weken nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om materiële schadevergoeding wegens aanschaf van een e-bike werd afgewezen omdat onvoldoende vaststond dat eiser in de relevante periode aangewezen was op deze voorziening. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en ondeugdelijke motivering en draagt het college op nieuwe besluiten te nemen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummers: ROE 24/5142, 25/1329 en 25/1330

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 januari 2026 in de zaken tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser

[naam mentor] (mentor),
(gemachtigde: mr. A.R.A.R. Lotfy),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maastricht,het college
(gemachtigden: P.H.J.N. Kalmar en mr. M.H.E. Overhof).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, tegen de afwijzing van de aanvraag voor een verhuisindicatie en tegen de afwijzing van de aanvraag voor een elektrische driewielfiets op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015). Verder gaat het beroep over de aan eiser toegekende maatwerkvoorziening: Housing First. Eiser is het niet eens met deze besluiten. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college de besluiten heeft mogen nemen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepen gegrond zijn.
Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Bij besluit van 7 november 2023 heeft het college de maatwerkvoorziening beschermd wonen ingetrokken. Met het besluit van 18 november 2024 (bestreden besluit 1) op het bezwaar van eiser heeft het college deze intrekking gehandhaafd en aan eiser de maatwerkvoorziening Housing First toegekend.
3. Bij besluit van 19 december 2024 heeft het college eisers aanvraag om een verhuisindicatie afgewezen. Met het besluit van 9 mei 2025 (bestreden besluit 2) is het college bij deze afwijzing gebleven.
4. Bij besluit van 19 december 2024 heeft het college eisers aanvraag om een vervoersvoorziening in de vorm van een elektrische driewielfiets afgewezen. Met het besluit van 30 april 2025 (bestreden besluit 3) is het college bij deze afwijzing gebleven.
4.1.
Eiser heeft beroepen ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het college heeft op de beroepen gereageerd met een verweerschrift.
4.2.
De rechtbank heeft het college voorafgaand aan de zitting vragen gesteld.
4.3.
De rechtbank heeft de beroepen op 11 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, [naam mentor] (mentor van eiser),
[naam bewindvoerder] (bewindvoerder van eiser) en de gemachtigde van eiser. Namens het college zijn de gemachtigden en de heer [naam consulent] (consulent) verschenen.

Totstandkoming van de bestreden besluiten

5. Eiser is een alleenstaande man van 50 jaar. Hij is arbeidsongeschikt en ontvangt een WAO-uitkering van het UWV. Eiser is onder meer bekend met een psychosociale aandoening en een vaatziekte, waarvoor hij verschillende operaties heeft gehad. Eiser is lange tijd dakloos geweest en heeft tot eind 2022 in de daklozenopvang in Maastricht verbleven. Hij heeft een briefadres in Maastricht en verblijft momenteel (tijdelijk) op een vakantiepark in [plaats] , waarvoor het college de overnachtingskosten betaald. Eiser mag hier niet permanent wonen.

Intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen (ROE 24/5142)

6. Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft het college aan eiser met ingang van
27 juni 2023 de maatwerkvoorziening beschermd wonen toegekend. Deze voorziening geeft eiser recht op ondersteuning zoals afgesproken in de begeleidingsovereenkomst. Deze ondersteuning wordt uitgevoerd door zorgaanbieder: Levanto [1] , met wie gemeente Maastricht een contract heeft. Eiser was voor zijn verblijf ondergebracht in hotels in Valkenburg, waarvoor het college de overnachtingskosten betaalde.
7. Op 7 november 2023 heeft het college het besluit genomen tot intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen. In dit besluit staat dat eiser vanaf
15 november 2023 geen gebruik meer mag maken van deze maatwerkvoorziening, omdat volgens het college door eisers gedrag de veiligheid van de begeleiding niet gegarandeerd kan worden.
8. In de uitspraak van 13 november 2023 heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd dat eiser niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening verbonden voorwaarden (de begeleidingsovereenkomst) en dat in het besluit van 7 november 2023 een belangenafweging ontbreekt. Het college dient in de beslissing op bezwaar een belangenafweging te maken waarbij rekening moet worden gehouden met de medische situatie van eiser (voor zover die is onderbouwd met medische stukken). [2]
9. Naar aanleiding van voornoemde uitspraak heeft het college een medisch advies gevraagd bij medisch adviseur Salude. Op 19 april 2024 heeft Salude een medisch advies uitgebracht aan het college. Hierin adviseert de medisch adviseur om een maatwerkvoorziening in de vorm van beschermd wonen aan eiser toe te kennen.
10. Met het bestreden besluit 1 van 18 november 2024 heeft het college het bezwaar van eiser gegrond verklaard en de maatwerkvoorzieningen: individuele begeleiding (door zorgaanbieder: Link Parkstad) en Maatwerk Housing First (hierna: Housing First) toegekend. De intrekking van de maatwerkvoorziening: beschermd wonen blijft gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.
11. Op 18 maart 2025 heeft eiser aan het college laten weten de begeleiding door Link Parkstad te beëindigen omdat de begeleider ongepast gedrag richting eiser heeft laten zien.
De afwijzingen van de verhuisindicatie (ROE 25/1330) en een elektrische driewielfiets (ROE 25/1329)
12. Op 9 november 2023 heeft eiser bij het college een melding gedaan voor een verhuisindicatie en voor een elektrische driewielfiets. Naar aanleiding daarvan heeft het college een medisch advies aangevraagd bij Salude.
12. Op 17 juli 2024 heeft Salude advies uitgebracht en een negatief advies voor een verhuisindicatie afgegeven. De medisch adviseur van Salude concludeert dat er geen medische noodzaak voor een verhuisindicatie is omdat er reeds een indicatie voor beschermd wonen is afgegeven door het college. Verder heeft de arts een negatief advies afgegeven voor het toekennen van een elektrische driewielfiets omdat de medische noodzaak daarvoor onvoldoende is vastgesteld. Voorliggend is het gebruik van een fiets met eventueel trapondersteuning. Vervolgens heeft Salude dit advies op 31 oktober 2024 herzien en aangegeven dat het gebruik van een reguliere fiets voorliggend is (in de plaats van een fiets met eventueel trapondersteuning). Voor het overige is het advies van 17 juli 2024 ongewijzigd gebleven.
12. Op 18 december 2024 heeft eiser een ingebrekestelling aan het college gestuurd. Het college heeft deze ingebrekestelling opgepakt als aanvraag voor een elektrische driewielfiets en een verhuisindicatie. Met afzonderlijke besluiten van 19 december 2024 heeft het college deze aanvragen afgewezen. Het college acht een vervoersvoorziening op grond van de Wmo 2015 niet noodzakelijk omdat eiser gebruik kan maken van een reguliere fiets. Daarnaast heeft het college de aanvraag voor een verhuisindicatie afgewezen. Het college heeft (met bestreden besluit 1) aan eiser Housing First en individuele begeleiding (door Link Parkstad) toegekend en acht deze maatwerkconstructie passend en toereikend. Via Housing First zal een traject worden ingezet om ervoor te zorgen dat eiser een eigen dak boven zijn hoofd krijgt. Dit zal nog tijdelijk bestaan uit (betaling van de) huisvesting op een vakantiepark, maar zo spoedig mogelijk via een reguliere woning. Een verhuisindicatie acht het college dan ook niet noodzakelijk. Met de bestreden besluiten 2 en 3 heeft het college onder verwijzing naar medische adviezen van Salude de afwijzingen gehandhaafd. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld.

Beoordeling door de rechtbank

15. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank of het college de intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen heeft mogen handhaven. Verder beoordeelt de rechtbank of Housing First een adequate maatwerkvoorziening voor eiser is, omdat via Housing First nog geen woning voor eiser is gevonden. Daarnaast beoordeelt de rechtbank of het college de aanvraag om een verhuisindicatie en de aanvraag om een elektrische driewielfiets heeft mogen afwijzen en of het college zich daarbij heeft mogen baseren op de medische adviezen van Salude. Tot slot beoordeelt de rechtbank eisers verzoek om materiële schadevergoeding voor de kosten van de door hem zelf aangeschafte e-bike.
Intrekking beschermd wonen en toekenning Housing First (ROE 24 / 5142)
16. Met het bestreden besluit heeft het college de intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen gehandhaafd en de motivering gewijzigd. Het college heeft een belangenafweging gemaakt en overwogen dat de veiligheid van medewerkers herhaaldelijk in het geding is geweest vanwege ongepast gedrag van eiser. Aan de andere kant heeft het college eisers belang meegewogen om zich staande te houden in de maatschappij. Gezien het feit dat er nog een hulpverlener is gevonden die wil proberen om samen met eiser het leven weer op de rit te krijgen, is het college van oordeel dat eiser nog een laatste kans moet krijgen. Volgens het college heeft eiser geen 24-uurs toezicht in de vorm van beschermd wonen nodig, maar wel structurele begeleiding en hulp bij zijn (huisvestings-)problemen. Daarom heeft het college besloten om aan eiser Housing First en individuele begeleiding (via Link Parkstad) toe te kennen, wat nog (tijdelijk) zal bestaan uit de betaling van de huisvesting op een vakantiepark, maar zo spoedig mogelijk een reguliere woning.
Heeft het college de maatwerkvoorziening beschermd wonen mogen intrekken?
17. Als meest verstrekkende beroepsgrond heeft eiser aangevoerd dat het college niet heeft gemotiveerd dat aan de voorwaarden voor intrekking van de maatwerkvoorziening beschermd wonen, op grond van artikel 2.3.10 van de Wmo 2015, is voldaan.
18. Deze beroepsgrond slaagt. Daarbij is het volgende van belang.
18. Beëindiging van een maatwerkvoorziening beschermd wonen is een voor eiser belastend besluit. Dat betekent dat de bewijslast om aannemelijk te maken dat aan de voorwaarden voor intrekking is voldaan in beginsel op het college rust. Uit artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in samenhang met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015 vloeit voort dat het college voldoende kennis dient te vergaren over de voor het nemen van een besluit over maatschappelijke ondersteuning van belang zijnde feiten en omstandigheden en af te wegen belangen. De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft in de uitspraak van 21 maart 2018 [3] uiteengezet op welke manier (aan de hand van een stappenplan) het onderzoek naar maatschappelijke ondersteuning moet plaatsvinden.
Hieruit volgt dat het college zorgvuldig onderzoek moet verrichten en de nodige kennis over de relevante feiten moet verzamelen voordat tot een intrekkingsbesluit als dit kan worden overgegaan.
20. In het bestreden besluit 1 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat eiser geen 24-uurs toezicht in de vorm van beschermd wonen nodig heeft. Niet blijkt op basis waarvan het college zich op dit standpunt heeft gesteld en dat het college hier zorgvuldig onderzoek naar heeft gedaan volgens het stappenplan. Hierbij dient het college in ieder geval te onderzoeken welke problemen eiser ondervindt bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving en welke ondersteuning naar aard en omvang daarvoor nodig is. [4] Ditzelfde geldt voor het standpunt dat beschermd wonen in een interne 24-uurs setting (in een instelling) niet passend voor eiser is. Ter zitting heeft de gemachtigde van het college desgevraagd toegelicht dat de woonplekken voor beschermd wonen alleen intern in een instelling mogelijk zijn en dat eiser zelf heeft aangegeven dat hij dit niet wil. De rechtbank volgt het college hier niet in. Zoals de gemachtigde van eiser ter zitting heeft aangegeven, blijkt uit het Besluit maatschappelijke ondersteuning [5] (het Besluit) dat beschermd wonen in verschillende woonvormen (arrangementen) mogelijk is. Uit de beschrijving van de arrangementen in bijlage 5 bij dit Besluit blijkt dat beschermd wonen met en zonder verblijf mogelijk is. Hieruit volgt dat beschermd wonen meerdere verblijfsmodaliteiten kent.
De adequaatheid van de toegekende maatwerkvoorziening Housing First
21. Met het bestreden besluit 1 heeft het college Housing First toegekend met als doel dat eiser weer een eigen dak boven zijn hoofd krijgt. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat Housing First de meest geschikte maatwerkvoorziening is om eiser (duurzaam) naar een geschikte woning te begeleiden. Ter zitting is door de gemachtigde van het college bevestigd dat Housing First een maatwerkvoorziening op grond van artikel 2.3.5. van de Wmo 2015 betreft. Uit wat tijdens de zitting is besproken is gebleken dat partijen het er wel over eens zijn dat Housing First een adequate maatwerkvoorziening voor eiser zou kunnen zijn.
22. Wat eiser heeft aangevoerd komt er op neer dat Housing First in de praktijk niet van de grond komt doordat (zelfs niet na een periode van ruim een jaar) nog steeds geen woning voor eiser is gevonden.
23. Deze beroepsgrond slaagt. Daarbij is het volgende van belang. Ook voor deze maatwerkvoorziening geldt, net zoals hiervoor is overwogen over beschermd wonen, dat het college een zorgvuldig onderzoek moet verrichten. Niet blijkt waar het college het standpunt op heeft gebaseerd dat Housing First de meest geschikte maatwerkvoorziening voor eiser is en dat daar onderzoek (volgens het stappenplan) naar is gedaan door het college. Daarbij komt dat eiser sinds de toekenning van Housing First (op 18 november 2024) nog steeds geen gebruik heeft kunnen maken van deze voorziening, zodat niet kan worden gesteld dat Housing First in de praktijk adequaat voor eiser is.
23. Uit de processtukken blijkt niet wat het college heeft gedaan sinds de toekenning van Housing First. Nadat de begeleiding via Link Parkstad in maart 2025 was gestopt, lijkt er niets meer te zijn gebeurd. Omdat volgens het college woningcorporaties niet bereid zijn om aan eiser een woningaanbod te doen, is Housing First feitelijk niet gestart. Voor het eerst ter zitting is gebleken dat (ook nu nog) de zaak van eiser tweewekelijks wordt besproken in een soort casusoverleg en dat één van de woningcorporaties wél nog mogelijkheden ziet om eiser via Housing First te huisvesten. Inmiddels heeft eiser een mentor en een nieuwe begeleider (bij zorgaanbieder d’Enfant Assist). In een recent genomen besluit heeft het college de maatwerkvoorziening begeleiding door d’Enfant Assist toegekend. Het is van belang dat het college onderzoekt of Housing First, gelet op eisers actuele beperkingen, een adequate maatwerkvoorziening voor eiser is en of er via Housing First een woning voor eiser kan worden gevonden. Het college dient dit met de grootst mogelijk spoed te onderzoeken. Zolang voor eiser nog geen woning gevonden is, dient het college de overnachtingskosten van eiser te betalen, zoals het college nu al die tijd heeft gedaan.
25. Uit wat hiervoor over beschermd wonen en Housing First is overwogen volgt dat bestreden besluit 1 onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en niet op een deugdelijke motivering berust. Zie hierover verder onder conclusie en gevolgen (onderaan deze uitspraak).

Afwijzing van de aanvraag om een verhuisindicatie (ROE 25/1330)

26. Het college heeft met bestreden besluit 2 eisers aanvraag om een verhuisindicatie afgewezen omdat Housing First de meest geschikte en passende voorziening zou zijn om eiser duurzaam naar een woning te begeleiden. Voor deze afwijzing heeft het college zich gebaseerd op de medische adviezen van Salude van 19 april 2024 en 31 oktober 2024 waaruit blijkt dat geen verhuisindicatie noodzakelijk is, omdat de arts beschermd wonen adviseert. Daarbij komt dat uit de medische adviezen niet blijkt dat eiser vanwege zijn beperkingen zou zijn aangewezen op een aangepaste woning. Ter zitting heeft het college bevestigd dat de juridische grondslag van de afwijzing van deze aanvraag uitsluitend artikel 2.3.5 van de Wmo 2015 is. Dit betekent dat het college de aanvraag om een verhuisindicatie op grond van de bepalingen van de Wmo moet behandelen en zorgvuldig onderzoek moet doen overeenkomstig het eerder genoemde stappenplan van de CRvB.
26. Eiser heeft aangevoerd dat het college de aanvraag voor een verhuisindicatie niet heeft mogen afwijzen omdat Housing First geen alternatief is voor een Wmo verhuisindicatie. Via Housing First is namelijk nog steeds geen woning gevonden. Met een Wmo verhuisindicatie kan eiser voorrang krijgen op woningen die geschikt voor hem zijn. Ten onrechte heeft het college de besluitvorming gebaseerd op de adviezen van Salude.
28. Deze beroepsgronden slagen. Daarbij is het volgende van belang.
29. Uit wat hiervoor is overwogen blijkt dat het college niet zorgvuldig heeft onderzocht of Housing First de meest geschikte en passende maatwerkvoorziening is om eiser duurzaam naar een woning te begeleiden. Daarbij komt dat Housing First in de praktijk vooralsnog niet heeft geleid tot enig resultaat. Het college mocht de afwijzing van de aanvraag om een verhuisindicatie niet (mede) baseren op de medische adviezen van Salude. De rechtbank is van oordeel dat deze adviezen niet zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Daarbij is het volgende van belang.
29.1.
Uit vaste rechtspraak van de CRvB blijkt dat het college op een advies van een deskundige mag afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze vergewisplicht is neergelegd in artikel 3:9 van Pro de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van Pro de Awb voor andere adviseurs. [6]
29.2.
In het bestreden besluit 2 stelt het college zich onder verwijzing naar de medische adviezen van 19 april 2024 en van 31 oktober 2024 op het standpunt dat uit de tabel van functiestoornissen en beperkingen niet blijkt dat er zodanige lichamelijke beperkingen zijn dat er een noodzaak is voor een aangepaste woning. Uit de medische adviezen blijkt niet hoe de arts tot deze bevindingen in de tabel is gekomen. Evenmin blijkt welke medische informatie de arts bij die adviezen heeft betrokken. Het advies van 19 april 2024 vermeldt weliswaar dat aanvullende informatie bij de behandelend sector is opgevraagd en dat helaas niet alle gevraagde stukken zijn ontvangen, maar niet blijkt welke medische informatie is opgevraagd en welke medische informatie dan wél is betrokken bij de totstandkoming ervan. Daarbij komt dat geen gericht lichamelijk onderzoek heeft plaatsgevonden naar eisers beperkingen (er is wel oriënterend psychologisch onderzoek uitgevoerd). Op basis van de medische adviezen kan niet worden vastgesteld hoe de arts tot zijn bevindingen (onder meer de tabel met functiestoornissen en beperkingen) en conclusies is gekomen. Bovendien concludeert de arts in het advies van 31 oktober 2024 dat er geen medische noodzaak voor een verhuisindicatie bestaat omdat er reeds een indicatie voor beschermd wonen is afgegeven, terwijl het college die indicatie al had ingetrokken met het besluit van
7 november 2023. Vervolgens stelt de arts dat eiser het beste ondersteund kan worden in een omgeving waar constante begeleiding en toezicht beschikbaar zijn om te voldoen aan eisers geestelijke en lichamelijke zorgbehoeften, maar niet blijkt op basis waarvan de arts tot deze conclusie komt. Het had op de weg van het college gelegen om in het kader van de vergewisplicht een nadere toelichting op de medische adviezen te vragen. Nu het college dit heeft nagelaten en de medische adviezen aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegd, heeft het college gehandeld in strijd met de op hem rustende vergewisplicht.
30. Uit wat hiervoor is overwogen vloeit voort dat het college niet aan de vergiswisplicht heeft voldaan en bestreden besluit 2 niet op de medische adviezen had mogen baseren. Lees hierover verder onder: conclusie en gevolgen.
30. De overige beroepsgronden die eiser heeft aangevoerd, behoeven geen bespreking meer.
Afwijzing elektrische driewielfiets (ROE 25/329)
32. Het college stelt zich in het bestreden besluit onder verwijzing naar de medische adviezen van Salude van 17 juli 2024 en van 31 oktober 2024 op het standpunt dat geen elektrische driewielfiets noodzakelijk is en dat eiser gebruik kan maken van een reguliere fiets. Eiser moet in staat zijn om zijn vervoersbestemmingen per fiets of met het openbaar vervoer te bereiken. Daarbij komt dat het college bijzondere bijstand heeft toegekend op basis waarvan eiser € 130,00 per maand aan vervoerskosten kan declareren. Daarnaast zijn aan eisers bewindvoerder extra uren toegekend om eiser te bezoeken en dingen mee te nemen naar het vakantiepark. Voorzover eiser wel een vervoersvoorziening nodig had (wat niet het geval is), kan hij gebruik maken van de scootmobielpool [7] via Welzorg. Voorzover eiser aangeeft dat een scootmobiel geen passende oplossing voor eiser is, omdat hij in beweging moet blijven, is het college van oordeel dat een Wmo voorziening niet is bedoeld om therapeutische doelen te bereiken en valt dat niet onder de reikwijdte van de Wmo.
33. Eiser heeft aangevoerd dat het advies van Salude niet zorgvuldig tot is stand gekomen, zodat het college zich daar niet op heeft mogen baseren. Eiser betwist dat zijn vervoersbestemmingen/doelen per reguliere fiets of met het OV te bereiken zijn. Doordat het college weigerde een vervoersvoorziening aan eiser te verstrekken, heeft hij zelf een e-bike gekocht, maar daar kan hij niet altijd gebruik van maken vanwege een evenwichtsprobleem.
33. Deze beroepsgrond slaagt. Daarbij is het volgende van belang. De rechtbank stelt vast dat het college dezelfde medische adviezen aan deze besluitvorming ten grondslag heeft gelegd als de medische adviezen die aan de afwijzing van de verhuisindicatie ten grondslag zijn gelegd. Uit wat hiervoor is overwogen blijkt dat die medische adviezen onzorgvuldig tot stand zijn gekomen en in strijd zijn met de op het college rustende vergewisplicht. Bovendien heeft eiser in bezwaar gesteld dat sprake was van een gewijzigde gezondheidssituatie (na eisers operatie in januari 2025) en is toen (nieuwe) medische informatie overgelegd. Hierin had het college aanleiding moeten zien om deze nieuwe medische informatie voor te leggen aan Salude en daarover aanvullende vragen te stellen.
33. Uit wat hiervoor is overwogen volgt dat het college de afwijzing van de driewielfiets niet heeft mogen baseren op de medische adviezen. Zie hierover verder onder conclusie en gevolgen.

Conclusie en gevolgen

36. Wat hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat de beroepen gegrond zijn. De beroepen zijn gegrond omdat aan de bestreden besluiten 1, 2 en 3 geen voldoende zorgvuldig onderzoek ten grondslag ligt en omdat die besluiten onvoldoende zijn gemotiveerd. De bestreden besluiten zijn daarom genomen in strijd met de artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb, in samenhang met de artikelen 2.3.2 en 2.3.5 van de Wmo 2015. Dit betekent dat eiser gelijk krijgt in alle beroepen. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit 1, maar niet het besluitonderdeel dat het college de overnachtingskosten blijft betalen totdat huisvesting is gevonden. De rechtbank vernietigt de bestreden besluiten 2 en 3.
36.1.
De rechtbank beschikt over onvoldoende informatie om zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank draagt het college in alle beroepen op grond van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb op in zoverre nieuwe besluiten te nemen op de bezwaarschriften van eiser, met inachtneming van wat de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen. Hierbij moet het college zorgvuldig onderzoek doen (volgens het stappenplan van de CRvB). Omdat de rechtbank de bestreden besluiten vernietigt, moet het college dit onderzoek verrichten naar de actuele beperkingen van eiser. Daarbij dient het college (in ieder geval) de in beroep ingebrachte medische stukken te betrekken.
36.2.
Omdat de rechtbank het bestreden besluit 1 niet zal vernietigen voor zover het gaat over de overnachtingskosten, betekent dit dat het college deze kosten moet blijven betalen totdat eiser over huisvestiging beschikt. Het oordeel van de rechtbank raakt niet de nadien toegekende individuele begeleiding door d’Enfant Assist. Ter zitting is gebleken dat het college hierover een nieuw besluit heeft genomen en tussen partijen is niet in geschil dat deze begeleiding goed loopt.
Verzoek om materiële schadevergoeding
37. Eiser stelt schade te hebben geleden door de onrechtmatige weigering van de elektrische driewielfiets. Hierdoor was hij genoodzaakt om zelf kosten (€ 1.198,00) te maken voor de aanschaf van een e-bike.
38. De rechtbank wijst dit verzoek om schadevergoeding af. Uit het voorgaande volgt dat het college opnieuw onderzoek moet doen naar of, en zo ja, welke vervoersvoorziening eiser vanwege zijn (actuele) beperkingen nodig heeft. Daarom kan de rechtbank niet beoordelen of eiser in de te beoordelen periode aangewezen was op de zelf aangeschafte e-bike.
Proceskosten en griffierecht
39. Omdat de beroepen gegrond zijn moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden (in drie beroepszaken) en krijgt eiser ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in totaal € 3.736,- (bestaande uit 3 punten voor de ingediende beroepschriften en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep met zaaknummer ROE 24/5142 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 18 november 2024, maar niet voor zover dit besluit gaat over het betalen van de overnachtingskosten;
- draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep met zaaknummer ROE 25/1330 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 9 mei 2025 en draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;
- verklaart het beroep met zaaknummer ROE 25/1329 gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 30 april 2025 en draagt het college op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar, met inachtneming van deze uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt het college in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.736,-.
- draagt het college op om € 157,00 griffierecht (€ 51,-, € 53,- en € 53,-) aan eiser te vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.P. Jacobs, rechter, in aanwezigheid van
mr.N.H.C. Schroeten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 januari 2026
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 13 januari 2026

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.De gemeente werkt hiervoor samen met Summa, een samenwerkingsverband van meerdere zorgaanbieders, waaronder ook Levanto.
2.Zie voor het uitvoerige procesverloop de uitspraak van de voorzieningenrechter van
3.Zie ECLI:NL:CRVB:2018:819 en zie meer recent de uitspraak van de CRvB van 9 oktober 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1554.
4.Dit zijn de stappen 2 en 3 van het stappenplan. Zie voor het volledige stappenplan de uitspraak van
5.Zie artikel 9 en Pro bijlage 5 van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Maastricht 2019 – versie 1.
6.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 10 juli 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:1388.
7.Het college heeft de scootmobielpool als algemene voorziening op grond van 1.1.1. van de