Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] (Limburg), [eiseres] ,
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- herroept het primaire besluit voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- stelt de totale boete vast op € 23.760,-.
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- bepaalt dat de minister [eiseres] het griffierecht van € 365,- moet vergoeden.
K. Timmermans, griffier.