Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met 14 producties
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
2.De feiten
- “Medewerker neemt verlof op vanaf 1 oktober 2024 tot 1 april 2025. Dit verlof kan medewerker opnemen gedurende maximaal 6 maanden.
- Medewerker aansluitend op het verlof van 6 maanden met vroegpensioen gaat. Uitgangspunt is dat dit met ingang van 1 april 2025 zal gebeuren.
- Medewerker koopt bovenwettelijk verlof van 2022, 2023, 2024 en deels 2025 om het verlof van 6 maanden vanaf oktober 2024 op te kunnen nemen.”
3.Het geschil
uitgangssituatieovereengekomen dat [werknemer] met ingang van 1 april 2025 met vroegpensioen zou gaan. Hieruit vloeit echter geen verplichting voort. Blijkens dit addendum zijn partijen – anders dan [werkgever] aanvoert - dus geen einde van het dienstverband overeengekomen. [werkgever] vindt ten onrechte dat het dienstverband is geëindigd per 5 mei 2025 en is gestopt met het betalen van loon per die datum.
- voor recht te verklaren dat het dienstverband van [werknemer] met ingang van 5 mei 2025 is beëindigd vanwege opzegging door [werknemer] dan wel instemming met de beëindiging door [werkgever] dan wel op grond van een beëindigingsovereenkomst;
- Indien het dienstverband van [werknemer] niet per 5 mei 2025 is geëindigd, voor recht te verklaren dat deze per 1 oktober 2025 is geëindigd;
- Indien de door [werknemer] gevorderde wettelijke verhoging wordt toegewezen, deze verhoging te matigen;
- [werknemer] aansprakelijk te stellen voor de door [werkgever] geleden schade wegens tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst;
- [werknemer] te veroordelen tot vergoeding van de door [werkgever] geleden schade. De schade bestaat uit het loon dat aan [werknemer] sinds 5 mei 2025 zou zijn verschuldigd, de wettelijke verhoging over het loon en de wettelijke rente,
- [werknemer] te veroordelen in de proceskosten, met rente.
4.De beoordeling
Dynamische uitleg is het verschijnsel dat een overeenkomst of andere rechtshandeling (..) na verloop van tijd in een andere zin wordt uitgelegd dan eerder, op de grond dat in verband met inmiddels ingetreden feiten en omstandigheden de redelijke verwachtingen van de handelende partijen zijn gewijzigd. In het bijzonder in duurverhoudingen kan zich dit gemakkelijk voordoen. (..) Nadere verklaringen en gedragingen tussen partijen kunnen ertoe leiden dat wat eerder tussen partijen gold, later niet meer (ten volle) geldt en dat in plaats daarvan wat anders geldt, eenvoudig omdat in verband met die nadere verklaringen en gedragingen de wederzijdse redelijke verwachtingen gewijzigd zijn.”.
- “Medewerker neemt verlof op vanaf 1 oktober 2024 tot 1 april 2025. Dit verlof kan medewerker opnemen gedurende maximaal 6 maanden.
- Medewerker aansluitend op het verlof van 6 maanden met vroegpensioen gaat. Uitgangspunt is dat dit met ingang van 1 april 2025 zal gebeuren.
- Medewerker koopt bovenwettelijk verlof van 2022, 2023, 2024 en deels 2025 om het verlof van 6 maanden vanaf oktober 2024 op te kunnen nemen.”
naopname van haar
geheleverlofsaldo. Evenmin kan de kantonrechter (anders dan [werkgever]) uit het addendum afleiden dat [werknemer] haar gehele verlofsaldo vóór 1 april 2025
moetopnemen.
- Kosten dagvaarding € 147,42
- Griffierecht € 732,00
- Salaris gemachtigde conventie € 1.732,00 (2 punten x € 866,00)
- Salaris gemachtigde reconventie € 144,00 (1 punt × factor 0,5 × € 288,00)
- Nakosten € 144,00
5.De beslissing
- € 31.210,16 bruto aan niet genoten vakantiedagen;
- € 5.321,33 bruto aan IKB over de niet genoten vakantiedagen;
- € 18.265,75 aan wettelijke verhoging over niet genoten vakantiedagen en het IKB,