Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
aangiftegedaan en zakelijk weergegeven het volgende verklaard: [3]
logboekals bijlage toegevoegd aan haar aangifte van 22 juli 2025 en hier staat zakelijk weergegeven onder meer het volgende op vermeld: [4]
aanvullend aangiftegedaan en zakelijk weergegeven het volgende verklaard: [5]
neergezet. Dit is enkele honderden meters bij mij vandaan. De Airtag lag bij de motorkap. Ik ben vervolgens op het station gaan zitten en ik had zicht op het voertuig van [slachtoffer] . Ik denk ongeveer een kwartier later zag ik dat er een donkerblauwe Audi Q7 aan kwam rijden en dat deze naast de auto van [slachtoffer] werd geparkeerd. Ik zag dat er een man uitstapte die ik herkende als zijnde de stalker. Hij is op dat moment dat hij de auto daar parkeerde een half uur bezig geweest rondom de auto van [slachtoffer] . Hij heeft de Airtag gepakt en deze in zijn auto aangezet. Hij heeft deze toen weer bij de auto van [slachtoffer] geplaatst. Ik zag ook dat hij onder de auto lag. Ik zag een donkerblauwe Audi Q7 en ik heb alleen de letters [nummers] gezien van het kenteken. Het laatste deel kon ik niet zien omdat de auto net achter een struikje stond.Ik heb eerder foto's van hem gezien, ook heeft [slachtoffer] mij verteld hoe hij er uitzag. Dit in combinatie met de auto wist ik meteen dat hij dit was. Ik wist hoe hij
een gedragsaanwijzingopgelegd. Deze gedragsaanwijzing is op 28 september 2025 in persoon aan de verdachte uitgereikt en houdt zakelijk weergegeven onder meer het volgende in: [8]
aanvullend aangiftegedaan en zakelijk weergegeven het volgende verklaard: [9]
In tegenstelling tot wat de verdediging stelt, acht de rechtbank een Airtag wel degelijk een geschikt middel om iemand mee te kunnen volgen. De eigenaar van de Airtag kan namelijk op deze manier zien waar de Airtag zich bevindt en daarmee ook de (onbewuste) drager van deze Airtag traceren. Dat het uiteindelijk niet het meest slimme middel was, omdat aangeefster zelf ook een melding van de Airtag kreeg, doet hier niets aan af.
De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de Airtag niet onder de auto van aangeefster heeft bevestigd. Hij zou zijn auto op de betreffende dag op de parkeerplaats bij het station [plaats 1] hebben geparkeerd en met de trein naar Utrecht zijn gegaan. De rechtbank acht deze verklaring ongeloofwaardig. Getuige [naam 2] heeft immers de persoon die een half uur bezig is geweest aan de auto van aangeefster - ook op de plek waar de Airtag bevestigd was - herkend als zijnde de hem, [naam 2] , bekende stalker van aangeefster. Dit in samenhang gezien met het feit dat de verdachte die avond met zijn auto op dezelfde parkeerplaats was, maakt dat de rechtbank concludeert dat het niet anders kan dan dat het de verdachte is geweest die deze Airtag heeft geplaatst op de auto van aangeefster met het doel haar te kunnen volgen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de bewezenverklaarde feiten tot een
- bepaalt dat de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
Meldplicht bij reclassering
- geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht,
- beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan, waarbij de duur van deze vervangende hechtenis
- beveelt dat de maatregel strekkende tot beperking van de vrijheid
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk is en de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijk rechter kan aanbrengen;
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.