Uitspraak
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 30 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen de niet verschenen [werkgever] .
Rechtbank Limburg
In deze spoedeisende kortgedingprocedure vordert de werknemer betaling van achterstallig loon en openstaande facturen van de werkgever. De werkgever is niet verschenen, waarna verstek is verleend.
De kantonrechter oordeelt dat de vorderingen van de werknemer gegrond en niet onrechtmatig zijn. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het achterstallig loon over februari en maart 2026, inclusief wettelijke rente vanaf de vervaldata, en tot betaling van alle facturen die de werknemer als ZZP'er aan de werkgever heeft verzonden, alsmede de betalingsverschillen.
Daarnaast wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van de wettelijke verhoging over te laat betaald loon van december 2025 tot en met februari 2026. Tevens moet de werkgever binnen zeven dagen na betekening van het vonnis een bedrijfsarts inschakelen en de werknemer ziekmelden, onder dreiging van een dwangsom.
De proceskosten worden begroot op €970,23 en de wettelijke rente over deze kosten wordt eveneens toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 13 april 2026 in het openbaar uitgesproken door kantonrechter Drenth.
Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, facturen, wettelijke rente en verhogingen, inschakeling van een bedrijfsarts, ziekmelding van de werknemer en proceskosten.