Uitspraak
1.[verwerende partij 1] V.O.F.,
[verwerende partij 2], vennoot van [verwerende partij 1] ,
, vennoot van [verwerende partij 1] ,
Rechtbank Limburg
De zaak betreft een arbeidsgeschil tussen een Oekraïense werknemer en een familiebedrijf in de textielverzorging. De werknemer trad in november 2024 in dienst voor bepaalde tijd en meldde zich in juni 2025 ziek vanwege grensoverschrijdend gedrag van een leidinggevende, de zoon van de eigenaren. De werkgever trok zonder gegronde reden verlof in, zette druk na ziekmelding en verlengde het contract niet.
De kantonrechter stelde vast dat de leidinggevende herhaaldelijk tegen de uitdrukkelijke wens van de werknemer aandrong op privécontact, misbruik maakte van zijn machtspositie en dat de werkgever onvoldoende maatregelen nam om de werknemer te beschermen. Ook werden re-integratieverplichtingen grovelijk veronachtzaamd en was loonbetaling onregelmatig.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. De kantonrechter kende een billijke vergoeding van €15.000 toe, bestaande uit inkomensschade over een jaar en een prikkelende component. Een immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Daarnaast werden wettelijke verhogingen, rente, een eindafrekening en proceskosten toegewezen.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en de werknemer ontvangt een billijke vergoeding van €15.000.