ECLI:NL:RBLIM:2026:6524

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 juli 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
12016379 \ CV EXPL 25-5692
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
  • Drenth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing loonvordering wegens geldige vaststellingsovereenkomst ondanks betwiste handtekening

Werknemer trad in januari 2023 in dienst bij Selden Europe B.V. en meldde zich ziek in oktober 2025. Selden stelde dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 was geëindigd op basis van een vaststellingsovereenkomst, maar werknemer betwistte de authenticiteit van zijn handtekening onder deze overeenkomst.

De rechtbank Limburg behandelde de zaak in kort geding en besloot de procedure aan te houden in afwachting van een grafologisch onderzoek. Dit onderzoek concludeerde dat de betwiste handtekening zeer waarschijnlijk authentiek was, ondanks enkele verschillen die verklaard konden worden door natuurlijke variatie in handtekeningen.

Werknemer voerde aan dat de ondertekende pagina mogelijk niet bij de vaststellingsovereenkomst hoorde, maar slaagde er niet in dit te bewijzen. De kantonrechter oordeelde dat de arbeidsovereenkomst daardoor rechtsgeldig was beëindigd per 1 november 2025 en wees de loonvorderingen af.

De kosten van het deskundigenonderzoek werden niet toegewezen aan Selden vanwege late indiening zonder hoor en wederhoor. Werknemer werd veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De loonvorderingen van werknemer werden afgewezen omdat de vaststellingsovereenkomst rechtsgeldig was ondertekend en de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 was geëindigd.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 12016379 \ CV EXPL 25-5692
Vonnis in kort geding van 9 juli 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. M.H.M. van Eijsden-Murrer, ARAG Rechtsbijstand,
tegen
SELDEN EUROPE B.V.,
te Maastricht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Selden,
gemachtigde: mr. B.M.M. Custers, DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 16 producties
- de conclusie van antwoord met 2 producties
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de spreekaantekeningen van [eiser]
- de aanhouding ten behoeve van de uitkomst van het grafologisch onderzoek door het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau
- de rapportage van de grafoloog van het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau
- de akte uitlaten na deskundigenrapport van Selden
- de akte uitlaten na deskundigenrapport van [eiser]
- de akte uitlaten II na deskundigenrapport van Selden
- de akte uitlaten II na deskundigenrapport van [eiser] .

2.De feiten

2.1.
[eiser] is op 15 januari 2023 bij Selden in dienst getreden in de functie van relatiebeheerder en adviseur binnen- en buitendienst, laatstelijk op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het salaris bedraagt € 2.490,00 bruto per maand exclusief emolumenten.
2.2.
Op 22 oktober 2025 heeft [eiser] zich ziek gemeld.
2.3.
Op 10 november 2025 heeft Selden aan [eiser] een bericht gezonden met - voor zover van belang - de volgende inhoud:
“Ik wilde nog afspreken en daarom heb ik contact gezocht, maar dat gaat dan helaas niet meer. We hebben een vaststellingsovereenkomst getekend, dus dat betekent dat het dienstverband op 1 november is geëindigd.”
2.4.
Daarop heeft [eiser] geantwoord met het volgende:
“Is het mogelijk de door jou genoemde vaststellingsovereenkomst per mail te sturen naar (…)? Alvast bedankt.”

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - tot veroordeling van Selden tot:
I. betaling van:
a) € 2.490,00 bruto aan loon van november 2025;
b) € 2.490,00 bruto per maand, vermeerderd met de overige emolumenten waaronder de provisie van € 955,97 bruto per maand, vanaf 1 december 2025 totdat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is beëindigd;
c) de wettelijke verhoging over a) en b) vanaf datum verzuim;
d) de wettelijke rente over a), b) en c) vanaf datum verzuim;
e) € 373,50 aan buitengerechtelijke kosten;
f) de kosten van deze procedure;
g) de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze niet binnen veertien dagen na betekening van het vonnis zijn betaald;
II. verstrekking van de salarisspecificaties vanaf november 2025 binnen vijf dagen na betekening van het vonnis, op straffe van een dwangsom van € 250,00 voor iedere dag dat Selden hiermee in gebreke blijft.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering ten grondslag dat hij nog steeds in dienst is van Selden. Hij betwist dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 met een vaststellingsovereenkomst is beëindigd. De handtekening onder deze vaststellingsovereenkomst is volgens [eiser] niet van hem.
3.3.
Selden voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure. Daartoe voert Selden aan dat [eiser] wel de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend, zodat de arbeidsovereenkomst tussen partijen op 31 oktober 2025 is geëindigd. Selden heeft bewijs aangeboden om de handtekening onder de vaststellingsovereenkomst door een grafoloog te laten onderzoeken.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] voldoende spoedeisend belang heeft bij het gevorderde, wat ook niet door Selden is betwist.
Handtekening onder VSO van [eiser] ?
4.2.
De grote vraag in deze zaak is of de arbeidsovereenkomst tussen partijen met een vaststellingsovereenkomst is beëindigd. De kantonrechter is van oordeel dat onvoldoende aannemelijk is dat er op 31 oktober 2025 geen einde is gekomen aan de arbeidsovereenkomst. Zij legt hieronder uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
4.3.
Doordat partijen twisten of de handtekening onder de vaststellingsovereenkomst die van [eiser] is, ligt de bewijslast, dat de handtekening van [eiser] is, bij Selden. Omdat Selden het grafologisch onderzoek ten tijde van de mondelinge behandeling al in gang had gezet, heeft de kantonrechter, hoewel ongebruikelijk maar met instemming van partijen, deze procedure aangehouden in afwachting van de uitkomst van dit onderzoek.
De bevindingen van de deskundige
4.4.
In het deskundigenrapport van 19 mei 2026 staat het volgende - voor zover van belang - opgenomen:

4. Onderzoeksvraag en verkregen informatie
Gevraagd werd het volgende te onderzoeken (…):
Is de handtekening gezet voor de heer [eiser] , werknemer, op de vaststellingsovereenkomst van 30 september 2025 al dan niet een authentieke handtekening van deze persoon?
Opmerking: van de vaststellingsovereenkomst is alleen de losse tekenpagina overgelegd. Het document is niet compleet en uit elkaar gehaald. Wel is een (digitaal) pdf-bestand overgelegd waarin de complete vaststellingsovereenkomst zichtbaar zou zijn.
(..)

7.Materiaaltoetsing

(…)

7.3
Algemeen
(…) De combinatie van het geautomatiseerde denkproces en de vele deelbewegingen en snelle correcties tijdens het schrijven, leidt ertoe dat handtekeningen van dezelfde schrijver er nooit exact gelijk uitzien. (…)
De afwisseling die zichtbaar is in de handtekeningen en in handschrift van dezelfde schrijver wordt in de vakliteratuur aangeduid als (natuurlijke) variatie. De mate van variatie verschilt per persoon. Er zijn personen die een ruime mate van variatie binnen hun handtekeningen hebben en er zijn personen waarbij de handtekeningen onderling een kleine variatie vertonen.
(…)
8. Hypothesen
Op basis van de onderzoeksvraag zijn de volgende twee elkaar uitsluitende hypothesen beschouwd voor het onderzoek naar de echtheid van de betwiste handtekening:
H1. De betwiste handtekening is een authentieke handtekening van [eiser]
H2. De betwiste handtekening is geen authentieke handtekening van degene van wie de referentiehandtekeningen afkomstig zijn, volgens opgave [eiser] .
(…)

9.Onderzoeksbevindingen

De betwiste handtekening is ongeveer op dezelfde wijze geschreven als de referentiehandtekeningen.
(…)
Belangrijk is de vlotheid van schrijven. De betwiste handtekening maakt een vlot geschreven indruk en vertoont geen kenmerken van nabootsing of vervalsing. (…) Er zijn ook verschillen, maar die verschillen kunnen worden toegeschreven aan de variatie van de schrijver die in dit geval ruim van aard is. (…)

11.Conclusie

(…)
De bevindingen van het onderzoek zijnveel waarschijnlijkerwanneer hypothese H1 juist is, dan wanneer hypothese H2 juist is. Dit betekent: de kans op het vinden van deze resultaten is ongeveer 100 tot 10.000 keer groter iswanneer de betwiste handtekening een authentieke handtekening betreftvan [eiser] dan wanneer het om een nagebootste (valse of vervalste) handtekening zou gaan.
(…)
Onderzoek naar montagesporen
(…)
Aanvullend onderzoek
Op 8 mei 2026 werden de originele pagina’s van de vaststellingsovereenkomst ontvangen. Er werd onderzocht of alle pagina’s van de overeenkomst (zowel de pagina’s 1 tot en met 3 en 5 en de reeds eerder ontvangen pagina 4 met handtekeningen) onderdeel zijn van één en dezelfde overeenkomst.
(…)
Conclusies aanvullend onderzoek
Het gehele document is niet in één drukgang geprint. Pagina 4 wijt af qua lettertype en mate van zwarting. Hiermee staat niet onomstotelijk vast dat het document één geheel is.
Gezien de vele niet-gaatjes die zichtbaar zijn, kan worden vastgesteld dat het document meerdere keren uit elkaar werd gehaald en weer aan elkaar werd verbonden. Niet vaststaat of pagina 4 altijd onderdeel is geweest van het document. Deze pagina heeft ook vastgezeten aan een ander papier of document.
Betrokkene ( [eiser] ) kan een ander document hebben ondertekend en in dat geval is dit document een achteraf samengesteld document met daarin de tekenpagina die oorspronkelijk afkomstig is van een ander document.
Ook is het mogelijk dat betrokkene dit document wel heeft ondertekend op het moment dat pagina 4 onderdeel was van dit document. Immers, er is een moment geweest waarop de vijf pagina’s wel aan elkaar verbonden zijn geweest, gezien de overeenkomsten in de kreukels en vouwen.
(…)”
Loonvordering wordt afgewezen
4.5.
[eiser] vordert doorbetaling van het loon omdat hij de vaststellingsovereenkomst niet heeft getekend. De bewijslast dat deze handtekening wel van [eiser] is, rust op Selden. In het deskundigenrapport is geconstateerd dat het veel waarschijnlijker is dat de handtekening wel van [eiser] is dan dat de handtekening niet van [eiser] is. Daarmee is Selden erin geslaagd om te bewijzen dat de handtekening op pagina 4 van de vaststellingsovereenkomst van [eiser] afkomstig is.
4.6.
[eiser] betwist vervolgens dat de ondertekende pagina 4 bij de vaststellingsovereenkomst hoort en stelt dat deze pagina afkomstig is van een ander document. Daarmee zou er volgens [eiser] geen einde aan de arbeidsovereenkomst zijn gekomen. De bewijslast dat de getekende pagina bij een ander document hoort, rust op [eiser] omdat hij zich op het rechtsgevolg beroept dat de arbeidsovereenkomst niet is geëindigd. Of de ondertekende pagina bij een ander document hoort, blijkt niet duidelijk uit het deskundigenrapport. [eiser] is dan ook niet geslaagd in zijn bewijslevering.
4.7.
Gelet op het voorgaande is voldoende aannemelijk geworden dat [eiser] de vaststellingsovereenkomst heeft ondertekend en dat daarmee de arbeidsovereenkomst per 1 november 2025 is beëindigd. [eiser] heeft dan geen recht meer op loon na 31 oktober 2025, zodat zijn vorderingen zullen worden afgewezen. Wellicht dat na nadere bewijslevering alsnog kan worden aangetoond dat de handtekeningenpagina bij een ander document hoort. In dit kort geding, dat zich naar zijn aard niet leent voor nadere instructies, is geen ruimte voor een bewijsopdracht aan [eiser] of eventueel het bevelen van een aanvullend deskundigenonderzoek. Daarvoor is de bodemprocedure de aangewezen weg.
Kosten deskundigenrapport
4.8.
Selden heeft in haar akte uitlaten na deskundigenrapport vergoeding gevorderd van de kosten van het deskundigenonderzoek van € 2.752,75. Hoewel het Selden vrij staat om haar vordering in te dienen, doet zij dit in een dermate laat stadium van de procedure dat geen hoor en wederhoor hierover heeft kunnen plaatsvinden. Daarmee heeft zij in strijd gehandeld met de goede procesorde. Om die reden zal de kantonrechter deze vordering buiten beschouwing laten.
4.9.
[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Selden worden begroot op:
- salaris gemachtigde
865,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
1.009,00
4.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Drenth en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.