ECLI:NL:RBLIM:2026:6961
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening maatschappelijke opvang op grond van Wmo 2015
Verzoekster heeft een aanvraag voor maatschappelijke opvang op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) ingediend bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Horst aan de Maas. Deze aanvraag is op 20 januari 2026 afgewezen omdat verzoekster volgens het college zelfredzaam is en in staat om zich te handhaven in de samenleving. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 9 juli 2026 en wees het af. Dit was het tweede verzoek om voorlopige voorziening van verzoekster, waarbij sprake moest zijn van gewijzigde omstandigheden. Verzoekster stelde dat haar gezondheidssituatie en die van haar twee minderjarige kinderen was verslechterd door langdurige dakloosheid, maar deze stelling werd niet nader onderbouwd. Ook was onduidelijk of verzoekster zich had gemeld bij het college in Lelystad, waar zij momenteel verblijft, en of daar een procedure liep.
De voorzieningenrechter volgde het primaire besluit van het college dat verzoekster niet tot de doelgroep van de Wmo 2015 behoort. Gezien de onduidelijkheden en het feit dat een hoorzitting in de bezwaarprocedure gepland staat, zag de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekster werd erop gewezen dat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening maatschappelijke opvang wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en onduidelijkheden.