ECLI:NL:RBMAA:2000:AA8950
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Henzen
- R.E. Bakker
- J.N.F. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Toepassing overgangsrecht op opzegtermijn bij WW-uitkering na ontbinding dienstverband
Eiser, werkzaam sinds 1971 bij zijn werkgever, kreeg op 22 februari 1999 op verzoek van de werkgever ontbinding van zijn dienstverband met een vergoeding toegekend. Verweerder weigerde een WW-uitkering toe te kennen tot 1 augustus 1999, omdat de toegekende schadevergoeding werd gelijkgesteld aan loon over de opzegtermijn volgens de wettelijke termijn van artikel 7:672 BW Pro. Eiser stelde dat de langere opzegtermijn van drie maanden uit zijn individuele arbeidsvoorwaarden moest gelden.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel XXI van de Flexwet het oude recht met een langere opzegtermijn blijft gelden voor werknemers ouder dan 45 jaar. Dit artikel moet ook worden betrokken bij de toepassing van artikel 16 lid 3 WW Pro, ondanks de verwijzing in dat artikel naar artikel 7:672 BW Pro. De rechtbank oordeelde dat het doel van de regeling is om het recht op WW-uitkering zoveel mogelijk gelijk te laten ontstaan, wat niet strookt met een kortere nieuwe wettelijke termijn.
De rechtbank concludeerde dat de opzegtermijn van 26 weken uit het oude recht van toepassing is en dat de door eiser toegekende vergoeding gelijkgesteld moet worden aan loon over deze termijn. Tevens werd vastgesteld dat eiser vanaf 23 juli 1999 recht had op WW-uitkering en dat verweerder de wettelijke rente over de nabetaling moet vergoeden. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, waarbij de langere oude opzegtermijn van toepassing wordt verklaard voor de WW-uitkering.