ECLI:NL:RBMAA:2003:AO1063
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Hoekstra
- De Kerpel-van de Poel
- Bregonje
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding voor bodemverontreiniging en waardevermindering woning
Eisers zijn sinds 1997 eigenaar van een woning nabij een voormalig tankstation waar ernstige bodemverontreiniging is vastgesteld. Zij stellen gedaagden aansprakelijk voor de verontreiniging veroorzaakt door bedrijfsmatige activiteiten van een garagebedrijf en tankstation tussen 1960 en 1993. Eisers vorderen schadevergoeding wegens waardevermindering van hun woning door een blijvend 'gifstigma'.
Gedaagden betwisten de aansprakelijkheid en voeren onder meer verjaring aan voor gedaagde sub 3, die zijn eenmanszaak in 1969 staakte. De rechtbank oordeelt dat de vordering tegen deze gedaagde verjaard is. Voor gedaagde sub 2 en 1 wordt vastgesteld dat zij mede verantwoordelijk zijn voor de bodemverontreiniging, mede gelet op het gebruik van het perceel en de opdracht tot sanering.
De rechtbank erkent dat een objectieve waardevermindering pas definitief kan worden vastgesteld na voltooiing van de sanering, die nog enkele jaren zal duren. Ook een subjectieve waardevermindering door een 'gifstigma' kan voor vergoeding in aanmerking komen indien dit door een deskundige wordt vastgesteld. De rechtbank wijst een concreet schadebedrag op dit moment af en verwijst naar een schadestaatprocedure, waarbij partijen de mogelijkheid krijgen om alsnog tot een finale regeling te komen.
Uitkomst: Vordering tot schadevergoeding wegens bodemverontreiniging en waardevermindering wordt afgewezen en verwezen naar schadestaatprocedure.