ECLI:NL:RBMAA:2005:AT5284
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.E. Bakker
- A.J. Henzen
- A.W. Oosterman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering toestemming nevenwerkzaamheden uroloog Academisch Ziekenhuis Maastricht
Eiser, een uroloog werkzaam bij het Academisch Ziekenhuis Maastricht (azM), verzocht in 2000 om vermindering van werktijd en toestemming voor nevenwerkzaamheden in het St. Barbaraziekenhuis te Lanaken. Verweerder verleende alleen de werktijdvermindering en weigerde de nevenwerkzaamheden. Na bezwaar en beroep vernietigde de Centrale Raad van Beroep het eerdere besluit en gaf opdracht tot heroverweging.
In het bestreden besluit van 4 november 2003 bleef verweerder bij de weigering van toestemming, gebaseerd op artikel 9.3 van de CAO Academische Ziekenhuizen en een beleidslijn die nevenwerkzaamheden buiten het azM in principe uitsluit, tenzij er contractuele afspraken zijn. Verweerder beriep zich op beleidsvrijheid en vreesde negatieve gevolgen voor het ziekenhuis, zoals leegloop van werktijd en verstoring van de differentiatie van werkzaamheden.
De rechtbank oordeelde dat artikel 9.3 CAO geen ruimere beoordelingsvrijheid biedt dan het eerder beoordeelde artikel 109.20 RRAZ en dat de weigering alleen aanvaardbaar is indien zij de goede vervulling van de functie van eiser of het functioneren van het azM in verband daarmee waarborgt. De door verweerder aangevoerde bezwaren betroffen het algemeen functioneren van het azM en niet de goede functievervulling van eiser als uroloog. Daarom was de weigering niet deugdelijk gemotiveerd en werd het besluit vernietigd.
De rechtbank bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen en stelde een dwangsom in voor het geval van niet-naleving. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en griffierechten van eiser.
Uitkomst: Het besluit van het Academisch Ziekenhuis Maastricht dat toestemming voor nevenwerkzaamheden werd geweigerd, wordt vernietigd en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.