ECLI:NL:CRVB:2005:AU5749
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- Rechtspraak.nl
Toestemming nevenwerkzaamheden in academisch ziekenhuis terecht geweigerd
De zaak betreft een geschil tussen de Raad van Bestuur van het academisch ziekenhuis Maastricht (appellant) en een medewerker (gedaagde) over het al dan niet verlenen van toestemming voor nevenwerkzaamheden in een ander ziekenhuis. Gedaagde had een verzoek ingediend om nevenwerkzaamheden te verrichten in het St. Barbaraziekenhuis te Lanaken, welke door appellant werd geweigerd.
De rechtbank had eerder het besluit van appellant vernietigd en hem opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij de Raad van Bestuur uiteindelijk toestemming verleende voor een beperkte periode van één jaar. Gedaagde ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het beleid van appellant, gebaseerd op artikel 9:3 van Pro de CAO Academische Ziekenhuizen, waarbij toestemming vereist is indien nevenwerkzaamheden de belangen of het functioneren van het ziekenhuis kunnen schaden, rechtmatig is. De Raad stelt dat het beginsel van vrije arbeidskeuze niet uitsluit dat beperkingen kunnen worden gesteld aan nevenwerkzaamheden. De jaarlijkse toestemming die appellant hanteert is onvoldoende gemotiveerd en vormt een te zware beperking.
De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep van gedaagde gegrond, vernietigt het besluit van 22 april 2005 en bepaalt dat appellant een nieuw besluit op bezwaar moet nemen met inachtneming van de overwegingen. Tevens veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten en legt griffierecht op.
Uitkomst: De Raad vernietigt het besluit van 22 april 2005 en bepaalt dat een nieuw besluit moet worden genomen met inachtneming van de overwegingen.