ECLI:NL:RBMAA:2007:BA7511
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. van Binnebeke
- J. Sleddens
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schadevergoeding wegens bestuurlijke traagheid bij WWB-uitkering
Eiser vroeg een bijstandsuitkering aan bij het CWI te Gulpen, welke op 2 augustus 2005 werd afgewezen. Na bezwaar en beroep volgde een langdurige procedure met meerdere besluiten, culminerend in een beslissing van 28 november 2006 waarbij alsnog een uitkering werd toegekend met terugwerkende kracht per 31 mei 2005.
Eiser stelde dat de bestuursrechter te lang had gedaan over de besluitvorming, waardoor hij psychische schade had geleden en vroeg om een schadevergoeding op grond van artikel 8:73 Awb Pro in verbinding met het EVRM. De rechtbank onderzocht of er sprake was van overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro.
De rechtbank oordeelde dat de termijn begon op 9 september 2005, de datum van het eerste bezwaar, en dat de duur van ruim 1 jaar en 10 maanden niet onredelijk was gezien de complexiteit en omstandigheden van de zaak. Verweerder had meerdere malen een beslissing genomen en zorgvuldig gehandeld, ook met externe advisering.
Het beroep tegen het uitblijven van een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van belang, nu een besluit was genomen. Het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat reeds een vergoeding was toegekend. Het verzoek om schadevergoeding wegens bestuurlijke traagheid werd afgewezen omdat geen overschrijding van de redelijke termijn was vastgesteld.
De rechtbank wees het beroep tegen het besluit van 28 november 2006 af en verklaarde het beroep tegen het uitblijven van een besluit niet-ontvankelijk, waarmee de procedure werd afgesloten.
Uitkomst: Het beroep tegen het uitblijven van een besluit werd niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens bestuurlijke traagheid werd afgewezen.