ECLI:NL:RBMAA:2008:BC8198
Rechtbank Maastricht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onverbindverklaring woonlandbeginsel in Maastrichtse coffeeshops wegens strijd met discriminatieverbod
De rechtbank Maastricht behandelde het beroep van een coffeeshopeigenaar tegen het besluit van de burgemeester om zijn coffeeshop voor drie maanden te sluiten vanwege overtreding van het woonlandbeginsel, dat niet-ingezetenen de toegang tot coffeeshops ontzegt.
De rechtbank oordeelde dat het woonlandbeginsel een indirect onderscheid naar nationaliteit inhoudt, wat in strijd is met artikel 1 van Pro de Grondwet tenzij er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat. Hoewel het doel van het woonlandbeginsel, het tegengaan van drugstoerisme en overlast, geoorloofd en geschikt is, is het middel niet evenredig omdat minder ingrijpende maatregelen mogelijk zijn.
Verder concludeerde de rechtbank dat de verkoop van softdrugs binnen de AHOJ-G-criteria in Nederland als de facto legaal moet worden beschouwd en dat het onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen niet gerechtvaardigd is. Daarom verklaarde de rechtbank het woonlandbeginsel onverbindend, vernietigde het besluit tot sluiting van de coffeeshop en herroept het primaire besluit. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het woonlandbeginsel wordt onverbindend verklaard en het besluit tot sluiting van de coffeeshop wordt vernietigd.