ECLI:NL:RBMID:2004:AR3840
Rechtbank Middelburg
- Raadkamer
- J.T. Begheyn
- G.J.A. van Unnik
- E.P. Jansen
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door illegale mestconstructie en kostenbesparing
De rechtbank Middelburg behandelde de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde, die in de hoofdzaak was veroordeeld voor meerdere overtredingen van de Meststoffenwet en milieuregelgeving. De ontnemingsvordering betrof een bedrag van f. 932.777,00 (€432.275,75), gebaseerd op het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de illegale mestconstructie.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was in de vordering en dat het wederrechtelijk voordeel bestond uit kostenbesparing door het gebruik van mestproductierechten van akkerbouwers, ondanks waarschuwingen over de juridische risico's. De berekening van het voordeel werd vastgesteld op €122.298,75, gebaseerd op rente, afschrijving en betaalde vergoedingen.
Hoewel de raadsman betoogde dat het voordeel niet direct aan de veroordeelde was toe te rekenen en dat de financiële situatie van de veroordeelde slecht was, stelde de rechtbank vast dat de waardevermeerdering van het bedrijf indirect ten goede kwam aan de veroordeelde als directeur en aandeelhouder. De rechtbank legde daarom de betalingsverplichting van het genoemde bedrag op aan de veroordeelde.
Uitkomst: De veroordeelde wordt veroordeeld tot betaling van €122.298,75 als ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.