ECLI:NL:RBMID:2011:BQ2485
Rechtbank Middelburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering betaling declaratie administratiekantoor tijdens schuldsaneringsregeling
De rechtbank Middelburg behandelde een geschil tussen een administratiekantoor en de bewindvoerder in een schuldsaneringsregeling. Het administratiekantoor had werkzaamheden verricht om de administratie van de schuldenaar in orde te brengen en de belastingaangifte te verlagen, waarvoor een rekening van € 8.888,51 werd gestuurd. Deze werkzaamheden leidden tot een belastingteruggave van ruim € 15.000.
Het administratiekantoor vorderde betaling van de declaratie door de bewindvoerder, stellende dat de boedel door de werkzaamheden was gebaat en dat op grond van artikel 24 juncto Pro 313 Faillissementswet recht op betaling uit de boedel bestond. De bewindvoerder voerde verweer en betwistte onder meer dat de werkzaamheden volledig na aanvang van de schuldsaneringsregeling waren verricht en dat de boedel was gebaat, aangezien de vordering op de Belastingdienst al tot het vermogen van de schuldenaar behoorde.
De rechtbank oordeelde dat de vordering op de Belastingdienst reeds bestond ten tijde van de schuldsaneringsregeling en dat de omzetting van deze vordering in liquide middelen geen toename van het vermogen betekende. Hierdoor was geen sprake van een situatie als bedoeld in artikel 24 juncto Pro 313 Faillissementswet en bestond geen recht op betaling van de declaratie uit de boedel. De vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten werd eveneens afgewezen. De eiser werd veroordeeld in de proceskosten van de bewindvoerder.
Uitkomst: Vordering tot betaling van declaratie en incassokosten door bewindvoerder wordt afgewezen.