Verzoeker werd op 26 oktober 2012 in bewaring gesteld op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz). De last tot inbewaringstelling werd gebaseerd op een verklaring van een arts die geen psychiater was. Volgens de Wet Bopz en jurisprudentie moet een onafhankelijk psychiater de betrokkene binnen zes uur na vrijheidsbeneming onderzoeken, waarbij avond- en nachtelijke uren niet worden meegerekend.
Verzoeker werd op het politiebureau aangehouden en later dezelfde dag opgenomen in een psychiatrische inrichting. Het onderzoek door de onafhankelijk psychiater vond echter pas de volgende dag rond 12:00 uur plaats, wat volgens verzoeker te laat was. De gemeente Almere stelde dat de zesuurstermijn pas begon bij opname in de inrichting, en dat het onderzoek daardoor tijdig was.
De rechtbank oordeelt dat de termijn aanvangt bij aankomst op het politiebureau, vóór 18:00 uur, en dat het onderzoek dus te laat heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat de vrijheidsbeneming gedurende enkele uren onrechtmatig was. De rechtbank veroordeelt de gemeente Almere tot betaling van een immateriële schadevergoeding van €95,--, gelijk aan één dag onrechtmatige vrijheidsbeneming.