ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5196
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontnemingsvordering wegens handel in softdrugs en berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 7 maart 2013 de ontnemingsvordering van de officier van justitie tegen de veroordeelde, die eerder door het Gerechtshof Amsterdam is veroordeeld voor handel in hennep, hasjiesj en marihuana.
De vordering betrof een bedrag van €344.500 aan wederrechtelijk verkregen voordeel, berekend via extrapolatie van bewezen feiten en ondersteund door uitgebreide bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, telefoongesprekken, processen-verbaal en forensisch onderzoek.
De verdediging betwistte de vordering primair op nihil vanwege ontkenning, subsidiair de gebruikte extrapolatiemethode, en stelde dat bepaalde dossiers niet gebruikt mochten worden. De rechtbank verwierp deze verweren, onder verwijzing naar jurisprudentie waaronder het Geerings-arrest van het EHRM, en oordeelde dat de extrapolatie toelaatbaar is zolang deze niet op giswerk berust.
De rechtbank nam de berekeningen uit het proces-verbaal over en vond geen reden om het bedrag te matigen op grond van persoonlijke omstandigheden of draagkracht. De ontnemingsvordering van €344.500 werd opgelegd aan de veroordeelde ten gunste van de Staat.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsvordering van €344.500 op aan de veroordeelde ten gunste van de Staat.