Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
op tegenspraakgewezen in de zaak tegen
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
Wel zal de rechtbank, indien zij overgaat tot het gebruiken van verklaringen van getuigen die in elkaars aanwezigheid zijn gehoord, die gang van zaken meenemen bij de waardering aangaande de betrouwbaarheid van die getuigenverklaringen.
4.Waardering van het bewijs
[verdachte] blijkt dat [A] op 24 februari 2009, 23 maart 2009,
23 april 2009, 25 mei en 23 juli 2009 telkens €150,- naar [verdachte] heeft overgemaakt. [23]
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
In het onderhavige geval moet als aanvang van de termijn 30 augustus 2011 worden aangehouden, nu op die dag het eerste verhoor van verdachte heeft plaatsgevonden. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak vond plaats op 20 januari 2014. Dit betekent dat verdachte ruim 29 maanden in afwachting van haar strafproces is geweest. De rechtbank stelt dan ook vast dat de redelijke termijn met 4 maanden is overschreden.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
taakstrafvoor de duur van
190 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van
95 dagenindien de veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht;
60 uren, te vervangen door hechtenis voor de duur van
30 dagenindien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders mocht worden gelast;