ECLI:NL:HR:2010:BM4211
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- C.H.W.M. Sterk
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid stelselmatige observatie ondanks ontbreken bevel
In deze zaak stond de vraag centraal of het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard moest worden wegens het ontbreken van een bevel voor stelselmatige observatie van verdachte in de periode van augustus tot december 2003. Verdachte stelde dat de observaties onrechtmatig waren verkregen en dat het bewijs daardoor niet gebruikt mocht worden.
Het hof oordeelde dat de waarnemingen beperkt waren tot gedragingen in het openbaar en geen ernstige inbreuk maakten op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. De observaties werden gezien als steekproefsgewijs en niet als stelselmatige observatie in de zin van artikel 126g Sv. Het verweer van de verdediging werd verworpen.
De Hoge Raad bevestigde deze beoordeling en stelde dat niet-ontvankelijkheid slechts in uitzonderlijke gevallen kan worden uitgesproken, namelijk bij ernstige inbreuk op de procesorde met grove veronachtzaming van belangen verdachte. Dit was hier niet het geval. Ook werd vastgesteld dat de redelijke termijn was overschreden, maar dit leidde niet tot rechtsgevolgen gezien de opgelegde taakstraf.
De Hoge Raad verwierp het beroep en handhaafde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het bewijs uit observaties zonder bevel wordt als rechtmatig beschouwd.