Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
[verzoekster]
Rechtbank Midden-Nederland
De arbeidsovereenkomst tussen [verzoekster], een vereniging met kantoor in [vestigingsplaats], en [verweerder], systeembeheerder sinds 1996/1998, werd ontbonden wegens gewichtige redenen. [Verzoekster] verloor het vertrouwen in [verweerder] nadat hij herhaaldelijk weigerde te melden welke medewerker een werkplek met een bepaald IP-adres gebruikte, ondanks aanwijzingen van een extern beveiligingsbedrijf over veelvuldig BitTorrent-verkeer.
[Verweerder] beriep zich op vertrouwensrelaties met medewerkers en stelde dat hij niet verplicht was namen te noemen. De kantonrechter oordeelde dat dit een onredelijke weigering was, die de arbeidsrelatie onherstelbaar verstoorde. De directeur van [verzoekster] had een redelijk verzoek gedaan dat verband hield met de functie van [verweerder].
De kantonrechter vond dat [verweerder] geen verschoningsrecht had en dat hij de hiërarchische verhoudingen miskende door zelf maatregelen te nemen zonder leidinggevende goedkeuring. De weigering om informatie te verstrekken maakte het voor [verzoekster] onmogelijk de ernst van de dreiging te beoordelen, waardoor het vertrouwen definitief was geschaad.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 2 januari 2015. Een billijke vergoeding werd afgewezen omdat de verstoring van de arbeidsrelatie aan [verweerder] te wijten was. Partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden wegens onherstelbare vertrouwensbreuk door weigering van de werknemer om informatie te verstrekken.