ECLI:NL:RBMNE:2014:7513
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing loonvordering na prejudiciële beslissing Hoge Raad over loondoorbetaling
In deze zaak vorderde eiser loonbetaling over een periode waarin hij arbeidsongeschikt was. Eerder was CSU Personeel veroordeeld tot betaling van een deel van het loon, maar de loonbetaling over de periode 15 december 2009 tot 28 januari 2010 was geschorst in afwachting van een prejudiciële beslissing van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat in het geval bedoeld in artikel 7:629 lid 3 onder Pro c BW de aanspraak op loon geheel vervalt, ook voor de periode waarin de werknemer arbeidsongeschikt is. Eiser erkende dit oordeel, hoewel hij persoonlijk twijfelde aan de medische beoordeling van zijn belastbaarheid.
CSU Personeel stelde dat het arrest in lijn was met haar standpunt en verzette zich tegen een beroep van eiser op redelijkheid en billijkheid om het algehele verval van de loondoorbetalingsplicht te ontkennen.
De kantonrechter volgde het oordeel van de Hoge Raad en verwierp de loonvordering over de betreffende periode. De kosten van de procedure werden CSU Personeel opgelegd, met uitzondering van de kosten van de prejudiciële procedure bij de Hoge Raad, die voor rekening van eiser blijven vanwege zijn toevoeging.
Het vonnis werd uitgesproken door kantonrechter de Laat op 17 december 2014.
Uitkomst: De loonvordering over de periode 15 december 2009 tot 28 januari 2010 wordt afgewezen.