Eiser verzocht om een verklaring van geschiktheid voor het besturen van motorvoertuigen categorie B en BE, maar het CBR weigerde deze op grond van een psychiatrisch rapport waarin sprake werd geacht van alcoholmisbruik in ruime zin.
Eiser voerde aan dat het rapport gebreken vertoonde in totstandkoming en inhoud, maar de rechtbank oordeelde dat het rapport, inclusief de door de psychiater gemaakte aanvullingen en correcties, zorgvuldig en voldoende concludent was. Het standpunt van eiser dat het alcoholgebruik niet als misbruik kan worden gekwalificeerd, werd verworpen omdat de rechtbank geen eigen medische beoordeling mag geven zonder tegenbewijs.
Hoewel het beroep ongegrond werd verklaard, oordeelde de rechtbank dat het CBR in de bezwaarfase onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte, waardoor eiser proceskostenvergoeding werd toegekend. De rechtbank stelde de proceskosten vast op €470,-. Het vonnis werd uitgesproken door rechter T. Pavićević op 16 maart 2015 in Utrecht.