Uitspraak
200606675/1), bestaat in een geval, waarin de diagnose alcoholmisbruik is gesteld, slechts aanleiding om de ongeldigverklaring van het rijbewijs niet in stand te laten, indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat het CBR zich daarop niet heeft mogen baseren.
201009932/1/H3), is het niet aan de bestuursrechter om te beoordelen of de medische bevindingen van de deskundige juist zijn of een eigen oordeel daarvoor in de plaats te stellen. [appellant] heeft in beroep geen bericht van een medisch deskundige overgelegd, waarin de bevindingen van de keurend arts worden weersproken. De rechtbank heeft in het in beroep aangevoerde dan ook overigens terecht geen grond gevonden voor het oordeel dat het CBR zich niet op basis van het rapport op het standpunt mocht stellen dat [appellant] ongeschikt is voor het besturen van motorrijtuigen. Zij heeft evenzeer terecht overwogen dat het besluit tot opleggen van het onderzoek, dat mede is gebaseerd op de aanhouding op 31 oktober 2009, in rechte onaantastbaar is, zodat van de rechtmatigheid ervan moet worden uitgegaan. Dat [appellant] op 2 november 2011 is ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van de weigering medewerking te verlenen aan een ademanalyse op 31 oktober 2009, kan reeds daarom niet leiden tot het oordeel dat het CBR zich niet op het oordeel van de keurend arts heeft mogen baseren.