Uitspraak
- de dagvaarding van 18 juli 2013
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 19 maart 2014
- het tussenvonnis van 9 april 2014 waarbij een comparitie na antwoord is gelast
- het faxbericht van mr. Korver van 20 augustus 2014
- de conclusie van antwoord in reconventie tevens houdende akte eisvermeerdering in conventie van [eiseres] van 22 augustus 2014
- het proces-verbaal van comparitie van 22 augustus 2014
- de brieven van mr. Korver van 15 en 19 september 2014
- de brief van mr. Bruinsma van 16 september 2014
- de akte van [gedaagden] van 17 september 2014.
- Strijken van delicate was, zoals overhemden en pantalons.
- Voorjaars schoonmaak, maakt niet uit in welk seizoen.
- Als de kleding wassen één van de taken is, valt hier niet het sorteren van vuile ondergoed onder. Wellicht het opvouwen en ophangen van schone kleding.
- Het reinigen van toiletten, tenzij de au pair hier de enigste gebruikster van is.
50= 103.
50
50
edag na de betekening van het vonnis tot de voldoening;
- 1 oktober 2008 tot 1 januari 2009: € 313,05 : 38 = € 8,24 bruto;
- 1 januari 2009 tot 1 juli 2009: € 318,75 : 38 = € 8,39 bruto;
- 1 juli 2009 tot 1 oktober 2009: € 322,75 : 38 = € 8,49 bruto.
- de werkzaamheden bestonden uit ramen wassen, dweilen, toiletten schoonmaken, strijken, stoffen, stofzuigen, wassen en afwassen;
- na de verbouwing heb ik instructies gekregen hoe ik de tegels moest schoonmaken, namelijk met een speciaal soort wasmiddel;
- ik kookte eenmaal per week, soms twee- of driemaal; ik moest de boodschappen doen; als ik kookte mocht ik niet meer uitgeven dan € 10,--; toen ik een keer € 12,-- had uitgegeven heeft [gedaagde 2] tegen mij gezegd dat het echt niet meer dan € 10,-- mocht zijn;
- op de website van het au-pairbureau stond dat een au pair 120 uur per maand lichte werkzaamheden zou moeten doen, maar [gedaagde 1] heeft mij gezegd dat iedere au pair in Nederland 130 uur per maand werkte, en dat ik dat dus ook moest doen; ik verwijs daartoe naar de berekening van [gedaagde 1] (prod. 4 dagvaarding);
- welke werkzaamheden ik moest doen werd steeds wisselend aan mij doorgegeven, per sms of mondeling; ik schreef dan de uren en de werkzaamheden dezelfde dag in mijn agenda en aan het eind van de maand maakte ik op verzoek van [gedaagde 1] een schema op, zoals de schema's die ik als productie 8 heb overgelegd; de aantekeningen onderaan dat schema in het andere handschrift zijn van [gedaagde 1]; ik heb maar 4 schema's overgelegd; de andere zijn bij [gedaagde 1]; hij wilde mij geen kopie geven; de schema's werden met hem besproken; hij, en ook wel [gedaagde 2], vroeg regelmatig aan mij: jij was toen en toen toch niet thuis? op die manier werd dus gecontroleerd of mijn opgaven juist waren;
- vanaf het moment dat ik mijn rijbewijs had zijn de kinderen niet meer met de taxi gegaan; ik haalde en bracht hen dan, soms deden hun ouders dat; soms deed ik dat twee keer per week, soms iedere dag;
- 's ochtends was er ook geen tijd om te ontbijten; ik moest het ontbijt van de kinderen maken, hen klaarmaken voor school en wegbrengen; ik mocht zelf geen ontbijt pakken, en zij gaven het mij niet;
- ik ben gebleven omdat ik afhankelijk was geworden; ik moest immers mijn schuld terugbetalen; ik werd bovendien vaak te laat betaald;
- vanaf eind 2011 ging [gedaagde 2] oproepdiensten draaien; zij zei toen dat ik wel in de buurt moest blijven; daarmee bedoelde zij volgens mij in [woonplaats], ik durfde ieder geval niet bijvoorbeeld naar Utrecht te gaan; ik ben bij die gelegenheden niet vaak, maar ook niet weinig opgeroepen;
- er werd steeds gecontroleerd waar ik was; [gedaagde 2] belde mij dan op; ook als ik thuiskwam werd gevraagd waar ik geweest was;
- met betrekking tot de kinderen kreeg ik instructies over wanneer zij naar bed moesten worden gebracht, of zij wel of geen huiswerk moesten maken, wanneer zij wel of niet in bad moesten enz.
- de gewerkte uren die zijn vermeld op de door haar als productie 5 bij dagvaarding overgelegde overzichten;
- de volgende brutominimumuurlonen:
- [eiseres] zich schriftelijk dient uit te laten omtrent hetgeen in 4.25, 4.29, 4.34 en 4.36 is vermeld;