Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
zaaknummer: UTR 15/2284 en UTR 15/2307
1.de stichting Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU), te Utrecht,
Vereniging Milieudefensie, te Amsterdam
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 11 juni 2015 de verzoeken om voorlopige voorziening van Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht en de Koninklijke Nederlandsche Automobiel Club tegen het besluit van de gemeente Utrecht om per 1 januari 2015 een milieuzone in te stellen. Deze milieuzone sluit personenauto’s en bestelbusjes met een dieselmotor van voor 1 januari 2001 uit het centrum van Utrecht.
Verzoeksters stelden dat zij als belanghebbenden direct worden getroffen door het besluit, omdat eigenaren binnen de milieuzone worden geconfronteerd met boetes en kosten voor vervangend vervoer. Tevens betoogden zij dat de milieuzone geen positief effect heeft op de luchtkwaliteit. De rechtbank erkende het belang van verzoeksters als belanghebbenden, gelet op hun statutaire doelstellingen en feitelijke werkzaamheden.
De gemeente Utrecht stelde dat de milieuzone noodzakelijk is om te voldoen aan wettelijke luchtkwaliteitsnormen en de gezondheid van bewoners te beschermen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het opleggen van boetes geen direct rechtsgevolg is van het besluit, maar het gevolg van overtreding daarvan. Ook de aanschaf van een andere auto is een zelfstandige rechtshandeling.
Gezien de complexiteit en het voorlopige karakter van de procedure, en het belang van de gemeente bij het handhaven van de milieuzone om de luchtkwaliteit te verbeteren, vond de voorzieningenrechter het spoedeisende belang van verzoeksters niet zwaar genoeg om schorsing toe te staan. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Verzoeken om voorlopige voorziening tegen het besluit tot milieuzone in Utrecht worden afgewezen.