Uitspraak
200304188/1, moet het bij belangen van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, voormeld, gaan om een aan de statutaire doelstelling ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, waarbij het belang los kan worden gezien van dat van individuele leden, en waarvan de behartiging de trekken dient te vertonen van behartiging van bovenindividuele belangen. Naar het oordeel van de Voorzitter is aan deze eisen voldaan. De verkeersbesluiten zijn gevraagd met het oog op - blijkens artikel 2, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet mede door de regels in die wet te dienen - milieubelangen. Die belangen worden in het bijzonder behartigd door Milieudefensie, gelet op de in haar statuten neergelegde doelstelling en de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden. Voorts is het belang van Milieudefensie rechtstreeks betrokken bij de gevraagde verkeersbesluiten, nu het besluiten betreft waarvan het redelijkerwijs te verwachten gevolg is dat het invloed zal hebben op de luchtkwaliteit, althans op de kwaliteit van de woon- en leefomgeving rondom de betreffende Rijkswegen, welke zijn gelegen in verschillende delen van het land. De voorzieningenrechter heeft derhalve terecht overwogen dat Milieudefensie belanghebbende is bij het nemen van de gevraagde verkeersbesluiten.