Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 augustus 2015 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser, die zowel de Nederlandse als Turkse nationaliteit bezit en een Wajong-uitkering ontvangt, verzocht om toestemming om met behoud van zijn uitkering naar Turkije te verhuizen. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het exportverbod in de Wet Wajong, tenzij sprake is van zwaarwegende omstandigheden. Eiser stelde dat hij zich op artikel 6 van Pro het Besluit nr. 3/80 kon beroepen vanwege zijn dubbele nationaliteit, maar de rechtbank volgde het arrest Demirci waarin dit werd verworpen.
De rechtbank oordeelde dat het exportverbod van toepassing is en dat de hardheidsclausule niet kan worden toegepast omdat eiser onvoldoende medische of objectieve noodzaak voor de verhuizing van zijn ouders naar Turkije had aangetoond. De verhuizing was vooral gebaseerd op de eigen keuze van de ouders en hun wens om in Turkije te wonen vanwege psychische redenen en het klimaat.
Ook het argument dat de tweelingbroer van eiser naar Turkije zou verhuizen, veranderde niets aan het oordeel. De rechtbank concludeerde dat verweerder het besluit in redelijkheid heeft genomen en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor prejudiciële vragen of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het exportverbod van de Wajong-uitkering naar Turkije blijft van kracht.