ECLI:NL:CRVB:2012:BW6287
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering voortzetting Wajong-uitkering bij verhuizing naar Zwitserland en dwangsom
Appellante, die na een meningitisinfectie in 2008 gehandicapt raakte, vroeg toestemming om met behoud van haar Wajong-uitkering naar Zwitserland te verhuizen. Het UWV nam niet tijdig een beslissing op dit verzoek, waarop appellante een ingebrekestelling stuurde. De Raad oordeelde dat het UWV vanaf 3 mei 2011 een dwangsom verschuldigd was wegens deze nalatigheid.
De Wajong-uitkering werd beëindigd omdat appellante buiten Nederland woonde en er geen zwaarwegende redenen waren om hiervan af te wijken. De verhuizing van haar ouders naar Zwitserland werd niet als noodzakelijk beschouwd, maar als een keuze. De Raad bevestigde dat het exportverbod van de Wajong-uitkering het uitgangspunt is en dat de hardheidsclausule slechts in uitzonderlijke gevallen geldt.
Appellante voerde aan dat het besluit in strijd was met Europese verdragsbepalingen, maar de Raad verwierp dit omdat Zwitserland geen EU-lidstaat is en de Wajong-uitkering niet geëxporteerd hoeft te worden. De Raad vernietigde het besluit voor zover het naliet een dwangsom toe te kennen, stelde de dwangsom vast op €40 en bevestigde het overige oordeel.
Uitkomst: Het UWV moet een dwangsom van €40 toekennen wegens niet tijdig beslissen, maar de beëindiging van de Wajong-uitkering bij verhuizing naar Zwitserland blijft in stand.