Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
januari 2014, al dan niet samen met anderen, een arbeidsovereenkomst en facturen valselijk heeft opgemaakt
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- Samen met anderen een valse arbeidsovereenkomst heeft opgemaakt en voorhanden heeft gehad, zoals onder feit 2 ten laste gelegd.
- Samen met anderen valse facturen heeft opgemaakt en voorhanden heeft gehad, zoals onder feit 2 ten laste gelegd;
- Een bedrag van € 13.032.800,-- heeft witgewassen, zoals onder feit 3 ten laste gelegd.
[verdachte] heeft verklaard dat hij geen controle heeft uitgevoerd op waar het geld van de stichtingen voor werd gebruikt. Hij had geen zicht op de geldstromen, maar gaf wel voor alle geldleningen zijn fiat. Ook heeft [verdachte] , terwijl hij bestuurder was van de stichtingen, grote bedragen gefactureerd aan [bedrijf 1] -fondsen onder de noemer ‘advieswerkzaamheden’. [verdachte] deed dit uit een andere naam om uit de administratie niet duidelijk te laten worden dat hij een extra vergoeding kreeg. Door op voornoemde wijze te handelen kan niet gezegd worden dat [verdachte] als bestuurder van de stichtingen onafhankelijk gehandeld heeft.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van het feit
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
18 (zegge: achttien) maanden.
6 (zegge: zes) maanden, van deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.