ECLI:NL:HR:2013:BX4449
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- W.F. Groos
- Y. Buruma
- J. Wortel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verduidelijkt vereisten voor witwassen bij voorwerpen uit eigen misdrijf
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het witwassen van een geldbedrag dat afkomstig was uit een door hemzelf gepleegd misdrijf (verduistering). Het hof had geoordeeld dat het enkel voorhanden hebben van het geld al als witwassen kon worden aangemerkt. De verdachte had verklaard het geld van een ander te hebben gevonden en dit deels uitgegeven.
De Hoge Raad herhaalt de eerdere jurisprudentie dat het enkel voorhanden hebben van een voorwerp afkomstig uit eigen misdrijf niet automatisch leidt tot een veroordeling voor witwassen. Er moet sprake zijn van gedragingen die gericht zijn op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van het voorwerp.
In deze zaak ontbrak het aan een voldoende gemotiveerd oordeel van het hof dat de gedragingen van de verdachte verder gingen dan enkel het voorhanden hebben. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het betrekking heeft op het witwassen en de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering omtrent witwassen en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.