Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak
[eiser], te [woonplaats], eiser/verzoeker
het college van Gedeputeerde Staten van Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Hierbij is ook van belang dat Provinciale Staten, op grond van artikel 145 van Pro de Provinciewet, de verordeningen mag maken die zij in het belang van de provincie nodig oordeelt. Zij mag in deze verordeningen toetsingskaders neerleggen en daarbij bepalen voor welke zaken en activiteiten geen vergunning of ontheffing vereist is. Aan de in deze verordeningen, zoals de Lsv, neergelegde algemeen verbindende voorschriften kan slechts verbindende kracht worden ontzegd indien sprake is van strijd met een hoger wettelijk voorschrift, dan wel een algemeen rechtsbeginsel. Dit laat onverlet de mogelijkheid voor Provinciale Staten om deze hogere wettelijke voorschriften met eigen regels aan te vullen (zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) van 9 januari 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BY7985 en van 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3556). Er is verder geen rechtsregel die zich er tegen verzet dat Provinciale Staten in een dergelijke verordening een situatie die eerder was toegestaan of niet aan regels was gebonden, voor de toekomst alsnog verbieden. Dat is hier gebeurd.