ECLI:NL:RBMNE:2015:9430
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens ontbreken opzet en nauwe samenwerking bij diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving
Op 17 december 2015 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van samen met anderen een diefstal met geweld en een wederrechtelijke vrijheidsberoving te hebben gepleegd. De tenlastelegging omvatte ook medeplichtigheid aan deze feiten.
Tijdens de terechtzitting op 3 december 2015 heeft verdachte zich laten bijstaan door een advocaat. De officier van justitie stelde dat verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan de tenlastegelegde feiten op grond van nauwe en bewuste samenwerking met de andere daders. De verdediging betoogde dat verdachte niet het opzet had om goederen weg te nemen of het slachtoffer van zijn vrijheid te beroven en dat er geen sprake was van nauwe samenwerking of medeplichtigheid.
De rechtbank oordeelde dat niet was komen vast te staan dat verdachte het opzet had om de diefstal te plegen of het slachtoffer van zijn vrijheid te beroven. Evenmin was er bewijs voor de vereiste bewuste en nauwe samenwerking voor medeplegen. Verdachte had zich niet gedistantieerd, maar dit was onvoldoende om hem als medepleger aan te merken. Ook ontbrak het aan het vereiste opzet voor medeplichtigheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten.
Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer, met voorzitter E.M. de Stigter en rechters K.J. Veenstra en J.G. van Ommeren. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De zaak betrof een incident in juni 2015 waarbij het slachtoffer in zijn woning werd vastgebonden en opgesloten, en waarbij goederen werden weggenomen onder geweld en bedreiging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens ontbreken van opzet en bewuste nauwe samenwerking.