ECLI:NL:RBMNE:2015:9430

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
17 december 2015
Publicatiedatum
15 januari 2016
Zaaknummer
16-661520-15
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 310 SrArt. 312 lid 2 SrArt. 47 SrArt. 282 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte wegens ontbreken opzet en nauwe samenwerking bij diefstal met geweld en wederrechtelijke vrijheidsberoving

Op 17 december 2015 heeft de rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van samen met anderen een diefstal met geweld en een wederrechtelijke vrijheidsberoving te hebben gepleegd. De tenlastelegging omvatte ook medeplichtigheid aan deze feiten.

Tijdens de terechtzitting op 3 december 2015 heeft verdachte zich laten bijstaan door een advocaat. De officier van justitie stelde dat verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan de tenlastegelegde feiten op grond van nauwe en bewuste samenwerking met de andere daders. De verdediging betoogde dat verdachte niet het opzet had om goederen weg te nemen of het slachtoffer van zijn vrijheid te beroven en dat er geen sprake was van nauwe samenwerking of medeplichtigheid.

De rechtbank oordeelde dat niet was komen vast te staan dat verdachte het opzet had om de diefstal te plegen of het slachtoffer van zijn vrijheid te beroven. Evenmin was er bewijs voor de vereiste bewuste en nauwe samenwerking voor medeplegen. Verdachte had zich niet gedistantieerd, maar dit was onvoldoende om hem als medepleger aan te merken. Ook ontbrak het aan het vereiste opzet voor medeplichtigheid. Daarom sprak de rechtbank verdachte integraal vrij van alle tenlastegelegde feiten.

Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer, met voorzitter E.M. de Stigter en rechters K.J. Veenstra en J.G. van Ommeren. Het bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven. De zaak betrof een incident in juni 2015 waarbij het slachtoffer in zijn woning werd vastgebonden en opgesloten, en waarbij goederen werden weggenomen onder geweld en bedreiging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten wegens ontbreken van opzet en bewuste nauwe samenwerking.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16/661520-15
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 17 december 2015
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1982] te [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres] te [woonplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 3 december 2015. Verdachte is in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. R. Schreudering, advocaat te Utrecht.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en de raadsman naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is op de zitting gewijzigd.
De tenlastelegging is, met wijziging, als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
onder 1 primair: samen met anderen een diefstal met geweld dan wel bedreiging met geweld heeft gepleegd;
onder 1 subsidiair: medeplichtig is geweest aan het onder 1 primair tenlastegelegde door opzettelijk behulpzaam te zijn;
onder 2 primair: samen met anderen [slachtoffer] wederrechtelijk van zijn vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden;
onder 2 subsidiair: medeplichtig is geweest aan het onder 2 primair tenlastegelegde door opzettelijk behulpzaam te zijn.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het tenlastegelegde en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 primair en 2 primair tenlastegelegde heeft gepleegd, nu sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat verdachte moet worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging, aangezien verdachte niet het opzet had goederen weg te nemen van [slachtoffer] of hem van zijn vrijheid te beroven en geen sprake is van nauwe en bewuste samenwerking en ook niet van medeplichtigheid.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
Niet is komen vast te staan dat verdachte het opzet had om (met geweld dan wel bedreiging met geweld) goederen weg te nemen van [slachtoffer] en ook niet om [slachtoffer] van zijn vrijheid te beroven en beroofd te houden. Ook is naar het oordeel van de rechtbank niet komen vast te staan dat sprake is van de voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking of het opzet daarop. Verdachte heeft zich weliswaar niet gedistantieerd van het gebeuren, maar dit enkele gegeven is onvoldoende om te oordelen dat sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking. Het dossier bevat voor het overige geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het aandeel van verdachte van voldoende gewicht is geweest om hem als medepleger te kunnen aanmerken. Daarbij merkt de rechtbank op dat voor haar niet is komen vast te staan dat verdachte tijdens de wederrechtelijke vrijheidsberoving de rol van bewaker heeft gehad. Evenmin is komen vast te staan dat verdachte het voor medeplichtigheid vereiste opzet heeft gehad. Niet is komen vast te staan dat verdachte het opzet had om behulpzaam te zijn bij het wegnemen van goederen van het slachtoffer en bij het wederrechtelijk van zijn vrijheid beroven van het slachtoffer.
Verdachte wordt dan ook integraal van het hem tenlastegelegde vrijgesproken.

5.De beslissing

De rechtbank:
Spreekt verdachte vrijvan het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 primair en 2 subsidiair tenlastegelegde.
Heft op het - reeds geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. de Stigter, voorzitter, mrs. K.J. Veenstra en J.G. van Ommeren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 december 2015.
Mr. Veenstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: de tenlastelegging
Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat
1. primair
hij op of omstreeks 28 juni 2015 en/of 29 juni 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement
Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans
alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee
mobiele telefoons en/of een hoeveelheid methadon en/of levensmiddelen en/of sleutel(s), een hoeveelheid cocaïne en/of heroïne, in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd
voorafgegaan en / of vergezeld en / of gevolgd van geweld en / of bedreiging
met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor
te bereiden en / of gemakkelijk te maken en / of om bij betrapping op
heterdaad aan zichzelf en / of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld
misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het
gestolene te verzekeren, welk geweld en / of welke bedreiging met geweld
hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer]
(in diens woning) hebben/heeft getrapt en/of geschopt en/of geslagen
en/of gestompt en/of een (thee)glas met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer]
hebben/heeft gegooid en/of die [slachtoffer] met kracht bij diens hoofd
vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer] op een stoel hebben/heeft
vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in die vastgebonden toestand in
een (inbouw/opslag)kast van diens woning hebben/heeft opgesloten en/of onderling (hoorbaar voor die [slachtoffer] ) besproken dat zij de hele avond bij hem zouden blijven zitten en/of dat ook feitelijk hebben gedaan en/of dat zij hem drie dagen vastgebonden zouden houden en/of dat zij hem met stoel en al op zouden tillen en/of in de gracht gooien en/of de deur van die kast een of meerdere malen op slot gedraaid;
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
1. subsidiair
een of meer personen op of omstreeks 28 juni 2015 en/of 29 juni te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen twee mobiele telefoons en/of een hoeveelheid methadon, en/of levensmiddelen en/of sleutel(s), een hoeveelheid cocaïne en/of heroïne, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die personen en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of bedreiging met geweld
hierin bestond(en) dat hij, verdachte en/of zijn medeverdachte(n) die [slachtoffer] (in diens woning) hebben/heeft getrapt en/of geschopt en/of geslagen en/of gestompt en/of een (thee)glas met kracht tegen het lichaam van die [slachtoffer] hebben/heeft gegooid en/of die [slachtoffer] met kracht bij diens hoofd vastgepakt en/of vastgehouden en/of die [slachtoffer] op een stoel hebben/heeft vastgebonden en/of (vervolgens) die [slachtoffer] in die vastgebonden toestand in een (inbouw/opslag)kast van diens woning hebben/heeft opgesloten
en/of onderling (hoorbaar voor die [slachtoffer] )besproken dat zij de hele avond bij hem zouden blijven zitten en/of dat ook feitelijk hebben gedaan en/of dat zij hem drie dagen vastgebonden zouden houden en/of dat zij hem met stoel en al op zouden tillen en/of in de gracht gooien en/of
- de deur van die kast een of meerdere malen op slot gedraaid;
tot en/of bij welk feit hij, verdachte op 28 juni 2015 en/of 29 juni 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door
gedurende bovenomschreven uitvoeringshandelingen in die woning te verblijven, waardoor hij die een of meer personen getalsmatig versterkte en waardoor die [slachtoffer] door het getalsmatig overwicht van die in die woning verblijvende personen zichzelf niet durfde te bevrijden en/of daardoor niet heeft kunnen beletten dat voren vermelde goederen (wederrechtelijk) werden weggenomen;
art 47 Wetboek Pro van Strafrecht
art 310 Wetboek Pro van Strafrecht
art 312 lid 2 ahf Pro/sub 2 Wetboek van Strafrecht
2. primair
hij op of omstreeks 28 juni 2015 en/of 29 juni 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement
Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans
alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd
en / of beroofd gehouden, immers heeft hij, verdachte, en/of zijn mededader(s)
opzettelijk wederrechtelijk
- zich de toegang tot de woning van die [slachtoffer] verschaft en/of
- die [slachtoffer] (met natgemaakte repen textiel) op een stoel vastgebonden
en/of een jas, althans een voorwerp, over het hoofd van die [slachtoffer] gelegd
en/of gedurende langere tijd over het hoofd van die [slachtoffer] laten liggen
en/of
- die [slachtoffer] terwijl hij op die stoel vastgebonden zat in een
(inbouw/opberg)kast geplaatst en/of onderling (hoorbaar voor die [slachtoffer] )
besproken dat zij de hele avond bij hem zouden blijven zitten en/of dat eten
en/of "rokerij" zouden halen en/of dat zij hem drie dagen vastgebonden zouden
houden en/of dat zij hem met stoel en al op zouden tillen en/of in de gracht
gooien en/of
- ( op een later moment toen die [slachtoffer] reeds enige tijd vastgebonden op die
stoel in die kast verbleef) de deur van die kast op slot gedraaid;
art 282 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht
art 47 lid 1 ahf Pro/sub 1 Wetboek van Strafrecht
2. subsidiair
een of meer personen op of omstreeks 28 juni 2015 en/of 29 juni 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid hebben/heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers hebben/heeft die een of meer personen opzettelijk wederrechtelijk
- zich de toegang tot de woning van die [slachtoffer] verschaft en/of
- die [slachtoffer] (met natgemaakte repen textiel) op een stoel vastgebonden
en/of een jas, althans een voorwerp, over het hoofd van die [slachtoffer] gelegd en/of gedurende langere tijd over het hoofd van die [slachtoffer] laten liggen en/of
- die [slachtoffer] terwijl hij op die stoel vastgebonden zat in een
(inbouw/opberg)kast geplaatst en/of
- onderling (hoorbaar voor die [slachtoffer] ) besproken dat zij de hele avond bij hem zouden blijven zitten en/of dat eten en/of "rokerij" zouden gaan halen en/of dat zij hem drie dagen vastgebonden zouden houden en/of dat zij hem met stoel en al op zouden tillen en/of in de gracht gooien en/of
- ( op een later moment toen die [slachtoffer] reeds enige tijd vastgebonden op die stoel in die kast verbleef) de deur van die kast op slot gedraaid
tot en/of bij welk feit hij, verdachte op 28 juni 2015 en/of 29 juni 2015 te Utrecht, althans in het arrondissement Midden-Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest door
door gedurende bovenomschreven uitvoeringshandelingen in die woning te verblijven, waardoor hij die een of meer personen getalsmatig versterkte en waardoor die [slachtoffer] door het getalsmatig overwicht van die in die woning verblijvende personen zichzelf niet durfde te bevrijden;
art 47 Wetboek Pro van Strafrecht
art 282 lid 1 Wetboek Pro van Strafrecht