Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 29 maart 2016 in de zaak tussen
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de besluiten van 25 juni 2015, voor zover deze de einddatum van de wachtgeldregeling betreffen en bepaalt dat het wachtgeld van eisers wordt beëindigd met ingang van de datum waarop zij de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de AOW bereiken;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde gedeeltes van de besluiten van 25 juni 2015;
- veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten ten bedrage van in totaal € 662,-;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht ten bedrage van € 45,- aan ieder van hen vergoedt.