ECLI:NL:RBMNE:2016:2939
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering uitkering betalingsonmacht wegens geen overgang van onderneming
Eiseres was werkzaam bij een stichting en trad later in dienst bij een ander bedrijf op basis van een 0-urencontract. Na het faillissement van dit bedrijf vroeg zij een uitkering wegens betalingsonmacht aan, welke werd geweigerd. De rechtbank overwoog dat geen sprake was van een overgang van onderneming van de stichting naar het bedrijf, mede omdat het bedrijf slechts werkzaamheden uitvoerde die waren uitbesteed door een derde partij die de kavel had overgenomen.
De loonvordering van eiseres werd niet erkend omdat zij geen werkzaamheden had verricht en de betalingen die zij ontving geen rechtsgrond boden. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagde niet wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank oordeelde dat de weigering van de uitkering terecht was en verklaarde het beroep ongegrond.
De rechtbank nam daarbij het standpunt van de verweerder over de definitie van overgang van onderneming over, waarbij gekeken werd naar de identiteit van de onderneming en de overname van personeel en activiteiten. Het ontbreken van overdracht van goodwill en materiële activa was doorslaggevend. De procedurekosten werden niet toegewezen en er is mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de uitkering wegens betalingsonmacht is ongegrond verklaard.