Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het proces-verbaal van 4 april 2016
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 4 april 2016 met bijlagen
- de brief van 6 april 2016 van de secretaris van de wrakingskamer
- de brief van 10 april 2016 van verzoekster
- de schriftelijk reactie van 11 april 2014 van mr. L.M.G. de Weerd (waarbij de wrakingskamer begrijpt dat sprake is van een kennelijke verschrijving met betrekking tot het jaartal en dat in plaats van ‘2014’ gelezen moet worden ‘2016’)
- de schriftelijke reactie van 25 april 2016 van mr. E. Bongers
- de brief van 24 april 2016 van verzoekster.