Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
verzoekster,
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- € 2.561,82 bruto, zijnde het loon over de periode 1 maart 2016 tot 17 april 2016;
- € 89,91 netto, zijnde achterstallig loon van de maanden november 2015 en januari 2016;
- € 317,18 bruto, zijnde de overuren in de maanden januari en februari 2016;
- € 1.071,17 bruto, zijnde de verschuldigde vakantietoeslag;
- € 324,56 bruto, zijnde de opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen;
- de wettelijke verhoging wegens vertraging over de gevorderde bedragen;
- de wettelijke rente over de gevorderde bedragen;
- de buitengerechtelijke kosten van € 716,46;
- de kosten van deze procedure, waaronder de nakosten.
€ 10.000,00 voor elke dag dat [verweerster] na betekening van deze beschikking hieraan niet voldoet.
4.De beoordeling
€ 600,00