Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
- [A] ,
- [B] ,
- [medeverdachte 1] ,
- [medeverdachte 3] (hierna: [medeverdachte 3] ), en
- [C] .
De rechtbank neemt het volgende in aanmerking. [medeverdachte 1] heeft steeds verklaard dat alle betalingen aan [medeverdachte 2] zagen op de ereschuld. [medeverdachte 2] zegt echter in zijn eerste verklaringen bij de FIOD dat de betalingen van [medeverdachte 1] aan hem tweeledig waren. Een deel van de betalingen van [medeverdachte 1] zag volgens [medeverdachte 2] op nivellering. In de schriftelijke verklaring van [medeverdachte 2] van 21 maart 2013 die hij samen met zijn raadsman heeft opgesteld, verklaart hij dat [medeverdachte 1] hem ook betaalde omdat hij via hem bij SNSPF is komen werken. Pas na zijn invrijheidsstelling -en nadat hij kennis heeft kunnen nemen van onder meer de verklaringen van [medeverdachte 1] - verklaart [medeverdachte 2] dat de betalingen van [medeverdachte 1] geheel zagen op de ereschuld die tussen hen bestond. Vanaf dat moment komen de verklaringen van [medeverdachte 2] beter overeen met de verklaringen van [medeverdachte 1] .
De ereschuld is volgens [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] ontstaan uit de werkzaamheden en de kapitaalsplaatsing die [medeverdachte 2] heeft verricht voor een voormalig bedrijf van [medeverdachte 1] : [bedrijf 13] . De rechtbank vindt het opmerkelijk dat van deze ereschuld niets schriftelijk is vastgelegd. Niet alleen vanwege de hoogte van het bedrag dat [medeverdachte 1] aan [medeverdachte 2] verschuldigd zouden zijn, maar ook gelet op de concrete werkzaamheden die ten grondslag liggen aan deze schuld. Dit is nog opmerkelijker nu [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] beide verschillend verklaren over de hoogte van de schuld. Op enig moment is [medeverdachte 1] , volgens beider verklaringen, begonnen met het afbetalen van de schuld, maar tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] is niet afgesproken welk bedrag zou worden afbetaald en hoelang [medeverdachte 1] door zou moeten gaan met het afbetalen van de schuld.
5.Bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
€ 25.000,-(zegge: vijfentwintigduizend euro en nul eurocent).