Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 augustus 2016 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
CSU Personeel B.V.(de voormalig werkgever).
Procesverloop
12 mei 2016. Eiseres is verschenen, vergezeld door haar echtgenoot, [A] , en bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De voormalig werkgever is niet verschenen.
Overwegingen
19 april 2012 en aantal maanden deelgenomen aan een georganiseerde landelijke schoonmaakstaking. Gedurende die periode heeft de voormalig werkgever haar loon niet doorbetaald. Op 13 augustus 2012 heeft eiseres zich met diverse klachten ziek gemeld.
23 november 2012 van de CRvB (ECLI:NL:CRVB:2012:BY4335 en ECLI:NL:CRVB:2012:BY4323) maken voorgaande niet anders. In deze zaken heeft de CRvB geoordeeld dat het premieplichtig loon in de referteperiode niet een redelijke weerspiegeling van het welvaartsniveau vormde, omdat dat loon als gevolg van een vóór de referteperiode gemaakte fout ín de referteperiode was gecorrigeerd. Er wordt hiermee geen afbreuk gedaan aan wat de CRvB in de uitspraak van 5 november 2009 heeft overwogen.
Beslissing
mr. N.M.H. van Ek leden, in aanwezigheid van mr. R.C. Moed, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 augustus 2016.