Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
kantonrechter
verzoekster, hierna ook te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde mr. E.J. Kortleve,
in persoon procederend.
Rechtbank Midden-Nederland
De werknemer, werkzaam als woonbegeleider, meldde zich begin november 2015 ziek. De bedrijfsarts adviseerde op 25 maart 2016 te starten met een wekelijks koffiemoment en na drie weken aangepast werk. De werkgever nodigde de werknemer uit voor het koffiemoment, maar deze verscheen niet en gaf aan dit vanwege klachten niet te kunnen.
Ondanks herhaalde verzoeken en een loonsanctie bleef de werknemer afwezig. Het UWV gaf een deskundigenoordeel waarin werd vastgesteld dat de werknemer in staat was te starten met re-integratie en onvoldoende inspanningen leverde. De werknemer voerde verweer dat de klachten door de werkgever waren verergerd en dat het advies van de bedrijfsarts niet overeenkwam met het gesprek.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer haar re-integratieverplichtingen niet nakwam zonder gegronde reden, wat verwijtbaar handelen oplevert. Gezien dit handelen is ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van artikel 7:669 lid 3 onderdeel Pro e BW gerechtvaardigd. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 november 2016, met toekenning van een transitievergoeding van € 1.181,00 bruto. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 november 2016 wegens niet nakomen van re-integratieverplichtingen met toekenning van een transitievergoeding van € 1.181,00 bruto.