Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift;
- de pleitnota van [verzoekster] ;
- de mondelinge behandeling, waarvan aantekening is gehouden.
Rechtbank Midden-Nederland
Verzoekster, docente bij een onderwijsstichting sinds 2003, werd langdurig arbeidsongeschikt vanaf juli 2013. De Stichting vroeg op 29 juni 2015 toestemming aan het UWV voor ontslag wegens arbeidsongeschiktheid, vóór de inwerkingtreding van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) op 1 juli 2015. De opzegging van de arbeidsovereenkomst vond plaats ná 1 juli 2015.
Verzoekster vorderde een transitievergoeding op grond van het nieuwe ontslagrecht, stellende dat het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhoudingen (BBA) niet van toepassing was op haar ontslagprocedure, omdat zij als docente viel onder de uitzonderingsbepaling. De Stichting voerde tegen dat het oude recht van toepassing bleef vanwege het tijdstip van de ontslagaanvraag, en dat zij geen transitievergoeding verschuldigd was.
De kantonrechter oordeelde dat het overgangsrecht van de WWZ strikt moet worden toegepast. Omdat de ontslagaanvraag vóór 1 juli 2015 was ingediend en de opzegging ná die datum plaatsvond, bleef het oude ontslagrecht van toepassing. Onder het oude recht was geen transitievergoeding verschuldigd. Het feit dat de Stichting toch toestemming vroeg bij het UWV, terwijl dit formeel niet nodig was, maakte geen verschil. Het verzoek tot transitievergoeding werd daarom afgewezen.
Verzoekster werd veroordeeld in de proceskosten van de Stichting, begroot op €600 aan salaris gemachtigde. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter C. Wallis op 15 januari 2016.
Uitkomst: Verzoek tot transitievergoeding afgewezen wegens toepassing van het oude ontslagrecht onder het overgangsrecht WWZ.