ECLI:NL:RBMNE:2016:6755

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
11 februari 2016
Publicatiedatum
16 december 2016
Zaaknummer
16-659712-15 (P)
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Wet op de identificatieplichtArt. 9a Sr
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor openlijk geweld en bedreiging bij noodopvang vluchtelingen Woerden

Op 9 oktober 2015 ontstond een relsituatie bij de noodopvang voor vluchtelingen in Woerden waarbij dranghekken werden omgegooid en met eieren en zwaar vuurwerk werd gegooid richting beveiligers. In totaal werden 18 mannen verdacht van openlijk geweld en bedreiging.

De rechtbank oordeelde dat acht verdachten een wezenlijke bijdrage hadden geleverd aan het geweld en veroordeelde hen tot een werkstraf van 120 uur wegens bedreiging. Zeven andere verdachten werden veroordeeld tot een werkstraf van 40 uur wegens samenscholing, omdat zij bijdroegen aan de grimmige sfeer. Drie verdachten werden vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Een van de veroordeelden moest samen met de andere zeven een schadevergoeding van €2.578 betalen aan een beveiliger die door zwaar vuurwerk letsel had opgelopen. De rechtbank sprak de overige verdachten vrij van de ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs en verklaarde de vordering van de benadeelde partij tegen een vrijgesproken verdachte niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Acht mannen veroordeeld tot 120 uur werkstraf voor openlijk geweld en bedreiging, zeven veroordeeld tot 40 uur werkstraf voor samenscholing, drie vrijgesproken.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht
Parketnummer: 16-659712-15 (P)
vonnis van de meervoudige strafkamer van 11 februari 2016
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren op [1985] te [geboorteplaats] ,
wonende te [postcode] , [woonplaats] , [adres] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 28 januari 2016. De verdachte is op deze terechtzitting in persoon verschenen en heeft zich ter terechtzitting laten bijstaan door mr. J.J.D. van Doleweerd, advocaat te Amersfoort.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat verdachte en diens raadsman naar voren hebben gebracht.

2.Tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
Feit 1 primair:
op 9 oktober 2015 openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd;
Feit 1 subsidiair:
op 9 oktober de APV van de gemeente Woerden heeft overtreden;
Feit 2:
al dan niet samen met anderen op 9 oktober 2015 beveiligers en/of vluchtelingen heeft bedreigd;
Feit 3:
op 9 oktober 2015 niet voldaan heeft aan zijn identificatieplicht.

3.Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.Waardering van het bewijs

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde gevorderd.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
4.3.1
De vrijspraken
Ten aanzien van het onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde
Uit de processtukken blijkt niet dat verdachte van tevoren wetenschap heeft gehad dat er op 9 oktober 2015 in Woerden met illegaal vuurwerk en/of eieren zou worden gegooid in de richting van beveiligingsmedewerkers en/of de [naam locatie] waarin zich op dat moment 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers bevonden. Evenmin blijkt uit het dossier dat verdachte er vooraf van op de hoogte was dat het de bedoeling was om ongeregeldheden te veroorzaken bij de vluchtelingenopvang.
Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van de onder 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde
Nu verdachte van de onder feit 1 primair en 1 subsidiair ten laste gelegde openlijke geweldpleging en samenscholing wordt vrijgesproken, zal verdachte ook van feit 2, te weten de bedreiging met openlijk geweld, worden vrijgesproken. Niet kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte in een nauw en bewuste samenwerking met anderen heeft gedreigd heeft met openlijk geweld.
Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde
Op de fouilleringslijsten van verdachten wordt genoteerd wat een verdachte ten tijde van zijn insluiting op het arrestantencomplex in Houten bij zich heeft. Verdachte had een identiteitsbewijs in zijn fouillering. Hij was dus in staat om zich bij zijn aanhouding te identificeren. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte van dit feit vrijspreken.

5.Ten aanzien van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

De behandeling van de vordering van [A] , levert niet een onevenredige belasting van het strafgeding op. De rechtbank is van oordeel dat de schade die de benadeelde partij geleden heeft, het gevolg is van openlijke geweldpleging die op 9 oktober 2015 plaats heeft gevonden. Nu verdachte wordt vrijgesproken van de openlijke geweldpleging, zoals onder feit 1 primair aan hem ten laste is gelegd, en - zonder toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht - geen straf of maatregel is opgelegd, zal de rechtbank de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren.

6.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart het onder 1 primair, 1 subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart [A] niet ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter.
Dit vonnis is gewezen door
mr. J.G. van Ommeren, voorzitter,
mrs. H.A. Gerritse en J.W. Frieling, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.M.T. Bouwman-Everhardus, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 februari 2016.
BIJLAGE : De tenlastelegging
1.
primair:
hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten op of aan de [adres] , in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen goederen ((een) aldaar geplaatst(e) (drang)hekwerk(en) en/of een sporthal en/of een auto) en/of personen (te
weten [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers) welk geweld bestond uit
- het omgooien van (een) dranghek(ken) en/of
- het gooien van (illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers en/of [naam locatie] (waarin 148 vluchtelingen en meerdere vrijwilligers aanwezig waren) en/of een auto en/of
- het luidkeels roepen en/of joelen naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] ;
subsidiair:
hij op of omstreeks 09 oktober 2015 te Woerden met anderen, althans een ander, heeft deelgenomen aan een samenscholing, en/of onnodig heeft opgedrongen en/of door uitdagend gedrag aanleiding heeft gegeven tot ongeregelheden, immers maakte hij, verdachte, deel uit van een groep van ongeveer 25 personen, althans een aantal personen, welke personen:
- verzamelden nabij [naam locatie] en/of
- ( vervolgens) met bivakmutsen en/of capuchons en/of donkere kleding op hun hoofd in de richting van sporthal De Snellerpoort renden/liepen en/of
- vervolgens (een) dranghek(ken) hebben omgegooid en/of
- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers hebben gegooid en/of
- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking waardoor een dreigende situatie ontstond;
2.
hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [A] en/of [B] , zijnde beveiligingsmedewerkers en/of 148, althans een grote groep asielzoekers/vluchtelingen heeft bedreigd met openlijke geweldpleging tegen personen en/of goederen, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend
- ( een) dranghek(ken) omgegooid en/of
- ( illegale) vuurwerk(bommen) en/of eieren en/of flessen en/of dranghekken in de richting van en/of op/tegen voornoemde beveiligingsmedewerkers gegooid en/of
- luidkeels naar/in de richting van de vluchtelingen in de [naam locatie] geroepen en/of gejoeld, onder meer teksten als "oprotten" en/of "niet welkom" en/of woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;
3.
hij op of omstreeks 9 oktober 2015 te Woerden, althans in het arrondissement Midden-Nederland niet heeft voldaan aan zijn verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, die is opgelegd bij artikel 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht.