Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2016 in de zaken tussen
Lidl Nederland GmbH, rechtspersoon naar Duits recht,
[eiser sub 2],
Wieringerwaard Beheer B.V.,
Rijksweg Malden v.o.f.(alsmede vennoten Wieringerwaard Invest VII B.V.,
[eiser sub 5],
[eiser sub 6]en
[eiser sub 7],
[A], wonende te [woonplaats] ,
[B en C], wonende te [woonplaats] ,
[D, E, F, G],
Procesverloop
Overwegingen
Weigering omgevingsvergunning (procedurenummer UTR 16/1001)
d) het plan is in strijd met de Structuurvisie Heumen 2025. Indien één van deze redenen tot het oordeel leidt dat verweerder in redelijkheid tot zijn weigeringsbesluit heeft kunnen komen, hoeven de andere redenen niet meer besproken te worden. Uiteraard zal de rechtbank vervolgens wel de vraag beantwoorden of het vertrouwensbeginsel zich ertegen verzet dat, na de aanvankelijk getoonde bereidheid de omgevingsvergunning te verlenen, deze vergunning nu alsnog geweigerd wordt.
“In de ruimtelijke onderbouwing van BRO van 20 augustus 2014 zijn alle aspecten om medewerking te verlenen aan het plan zorgvuldig uitgewerkt. Wij zijn van oordeel dat de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Wij stemmen in met de conclusie van de ruimtelijke onderbouwing.”. Naar het oordeel van de rechtbank brengt het voorgaande met zich dat op verweerder een verzwaarde motiveringsplicht rust als hij besluit zijn aanvankelijke medewerking alsnog te weigeren.