Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 13 december 2016 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , te [woonplaats] , eisers
de burgemeester van de gemeente Utrecht, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Eisers hebben echter geen toestemming gegeven als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb.
Eisers hebben de rechtbank daarna verzocht om herziening van de beslissing van 8 maart 2016. Bij brief van 15 juni 2016 heeft de rechtbank eisers meegedeeld dat herziening van de beslissing van 8 maart 2016 niet mogelijk is gelet op de wet. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting vervolgens op 1 september 2016 hervat. Eisers hebben geen toestemming gegeven voor beperkte kennisneming. De rechtbank heeft gelet hierop dus niet kennisgenomen van de bestuurlijke rapportage en deze bestuurlijke rapportage dus ook niet gebruikt bij haar beoordeling.
De rechtbank concludeert dat verweerder in wat eisers hebben aangevoerd geen aanleiding heeft hoeven zien om van zijn beleid af te wijken. Dat eisers zelf niet hebben gehandeld in drugs en ook geen weet hebben gehad van de aanwezigheid van drugs in de woning, naar zij stellen, zijn geen bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 4:84 van Pro de Awb. De rechtbank volgt eisers niet in hun standpunt dat verweerder zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de belangen van de minderjarige kinderen van eisers. Ten tijde van het bestreden besluit was nog niet duidelijk of de kinderen bij eisers konden blijven. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat zij zouden worden ondergebracht bij een pleeggezin als eisers zelf niet vóór de sluiting van de woning een andere onderkomen konden vinden. Bij zijn besluitvorming heeft verweerder betrokken dat de situatie zoals die zich voordeed onveilig was voor de kinderen. Verweerder heeft zich in redelijkheid op dit standpunt kunnen stellen gelet op alles wat zich heeft voorgedaan. De situatie, zoals die is aangetroffen bij de aanhouding van de zoons van eisers, is zorgelijk te noemen. Dat dit met zich heeft gebracht dat de kinderen moesten verhuizen, levert geen bijzondere omstandigheid op om van sluiting af te zien. Het betoog van eisers dat sluiting van de woning overeenkomstig het beleid in dit geval onevenredig is vanwege de medische problematiek van eiser, acht de rechtbank onvoldoende om te concluderen dat verweerder in redelijkheid niet tot deze belangenafweging heeft kunnen komen. Eiser heeft de medische problematiek overigens ook niet onderbouwd. In de leeftijd van eisers en hun minderjarige kinderen heeft verweerder evenmin aanleiding hoeven zien om van zijn beleid af te wijken. Verweerder heeft het algemeen belang dat is gediend met beëindiging van de bekendheid van de woning in het drugscircuit door sluiting van de woning dan ook in redelijkheid van groter gewicht kunnen laten zijn, dan het belang van eisers en hun minderjarige kinderen om te kunnen blijven wonen in de woning.